De overheid heeft een reeks maatregelen gepresenteerd om te voorkomen dat particuliere verhuurders huurwoningen verkopen, wat leidt tot een daling van het aantal middenhuurwoningen. De veranderingen zijn gericht op snellere impact op de huurmarkt en komen voort uit recente inzichten in de werking van het woningwaarderingsstelsel (WWS) en de fiscale regelgeving.
Aangepaste regels binnen het woningwaarderingsstelsel
Een belangrijke wijziging betreft het zwaarder meewegen van de WOZ-waarde bij nieuwe huurcontracten. Hierdoor kunnen verhuurders een hogere huurprijs vragen, zonder dat de woning buiten het gereguleerde middenhuursegment valt. Dit moet het verschil tussen verhuuropbrengst en verkoopwaarde verkleinen en zo uitponden minder aantrekkelijk maken.
Ook kleine rijksmonumenten krijgen in het WWS een hogere waardering. Bij nieuwe huurcontracten kan dit zorgen voor een stijging van de huur met €40 tot €70 per maand, afhankelijk van de woninggrootte en WOZ-waarde. Daarnaast worden minpunten voor het ontbreken van buitenruimte geschrapt, wat bij nieuwe contracten tot zo’n €33 extra huur per maand kan opleveren.
Deze wijzigingen gelden enkel voor nieuwe huurcontracten. Voor bestaande huurders blijven de reguliere jaarlijkse huurverhogingen van kracht.
Flexibeler contracten voor studenten
Er komt meer ruimte voor tijdelijke huurcontracten voor studenten. Momenteel kunnen alleen studenten met een nieuwe woonplaats hiervoor in aanmerking komen. In de toekomst moet dit voor alle studenten mogelijk worden, ongeacht hun herkomst. Dit vergroot de flexibiliteit voor verhuurders en kan het aantal beschikbare kamers vergroten.
Verhuur fiscaal aantrekkelijker maken
Naast de huurregels speelt ook de fiscale kant een rol in de verkoop van huurwoningen. Per 2026 daalt de overdrachtsbelasting voor huurwoningen naar 8%. Daarnaast werkt het kabinet aan invoering van een nieuwe belasting op werkelijke rendementen in box 3. Deze zou pas van toepassing zijn bij verkoop van de woning, wat belasting over vermogenswinst uit verhuur moet uitstellen tot het moment van verkoop.
Een aanvullende Kamerbrief onderzoekt verdere mogelijkheden om de box 3-regels aan te passen. Hiermee wil het kabinet verhuurders meer financiële ruimte bieden om woningen in de verhuur te houden.
Dalend aanbod op de huurmarkt
Uit recente cijfers blijkt dat in 2024 ruim 30.000 huurwoningen zijn uitgepond, ondanks nieuwbouwinitiatieven. In totaal daalde het aantal huurwoningen met 413, terwijl de vraag naar betaalbare woonruimte onverminderd hoog blijft. Vooral in stedelijke gebieden zien particuliere verhuurders zich genoodzaakt om te verkopen vanwege verminderde rendementen.
Monitoring blijft nodig
De structurele effecten van de huurregelgeving zullen de komende jaren verder worden gevolgd. In 2027 staat een volledige evaluatie van de Wet betaalbare huur gepland. Tot die tijd worden de ontwikkelingen op de huurmarkt actief gemonitord en blijft de minister de Tweede Kamer regelmatig informeren.
Bron: Rijksoverheid