Sinds de invoering van de spreidingswet zijn duizenden extra opvangplekken gerealiseerd, maar het merendeel daarvan betreft tijdelijke, dure noodopvang. Op de laatste peildatum, 2 juni, telde het COA iets meer dan 73.000 opvangplekken, terwijl de doelstelling op 1 juli 101.500 plekken voorschrijft.
Van de beschikbare plekken voldoen er slechts zo’n 55.000 aan de eisen van de spreidingswet. Dit aantal is zelfs lager dan eind vorig jaar, omdat meerdere tijdelijke locaties hun deuren sluiten. Gemeenten en het COA geven aan dat er wel nieuwe opvangplekken bijkomen en dat bestaande locaties worden verlengd.
Grote regionale verschillen in opvangcapaciteit
Uit het onderzoek van NOS, Nieuwsuur en de regionale omroepen blijkt dat tweederde van de gemeenten minder opvangplekken biedt dan wettelijk vereist. Sommige gemeenten hebben hun taak in overleg doorgeschoven naar buurgemeenten. Noordelijke provincies dragen traditioneel meer bij aan opvang dan bijvoorbeeld Utrecht of Zuid-Holland, al zijn de regionale verschillen iets kleiner geworden.
Gemeenten worstelen met ruimte en draagvlak
Veel gemeenten noemen een gebrek aan geschikte locaties, de woningnood en onzekerheid over het landelijke beleid als redenen voor het uitblijven van structurele opvang. Zo stelt de gemeente Zwolle:
“We zien dat kleinschalige opvanglocaties niet goed in het stramien van het COA passen.”
Barendrecht noemt het organiseren van opvang in een krappe ruimtelijke context “een ingewikkelde opgave”, mede door de onduidelijke koers vanuit Den Haag. In Haaglanden melden gemeenten dat het kabinetsvoornemen om de spreidingswet in te trekken het draagvlak onder inwoners heeft verminderd.
“Een duidelijk en eenduidig standpunt van het Rijk zou de gemeenten helpen meer opvangplekken te regelen en steun van gemeenteraden en bewoners te vergroten,” stellen zij in een gezamenlijke verklaring.
Wettelijk kader en toekomst
De spreidingswet is bedoeld om een eerlijke verdeling van asielopvang over het land te realiseren. Het systeem verdeelt het benodigde aantal plekken eerst over provincies, die het vervolgens toewijzen aan gemeenten. Bij onenigheid kan het Rijk ingrijpen.
Hoewel het demissionaire kabinet de wet wil afschaffen, is onduidelijk of dit lukt in de Eerste Kamer. Tot die tijd blijft de wet van kracht.
Noodopvang als snelle maar dure oplossing
In afwachting van meer permanente opvanglocaties zetten gemeenten vooral in op noodopvang. Die is sneller te realiseren, maar kost ruim twee keer zoveel als reguliere opvang en is bedoeld voor de korte termijn. COA-voorzitter Milo Schoenmaker benadrukt dat protesten bij nieuwe locaties vaak tijdelijk zijn.
“Uit ervaring weten we dat die vaak snel afneemt als we er eenmaal langer goede opvang verzorgen.”
Het COA geeft aan ook kleinschalige locaties te willen realiseren, maar waarschuwt dat “alles in het klein onhaalbaar en onbetaalbaar” wordt.
Positieve houding bij bestuurders
Ondanks de moeizame uitvoering is er bij COA, provincies en gemeenten veel steun voor de spreidingswet. Zij wijzen erop dat de wet voor het eerst bij veel gemeenten heeft geleid tot concrete opvangplannen. Zonder de wet zou die stap volgens hen niet gezet zijn.
Met de val van het kabinet is de wet nu tijdelijk ondergebracht bij justitieminister Van Weel, totdat Mona Keijzer het asieldossier formeel overneemt.
“Totdat mijn collegaministers aan de slag gaan, overleg ik dagelijks met het COA en gemeenten om eventuele knelpunten op te lossen,” aldus Van Weel.
Bron: NOS