donderdag, september 24, 2026
12.2 C
Groningen

Ontslag vaker door economische redenen, minder vaak door nieuwe baan

De arbeidsmarkt blijft in beweging, maar de reden waarom mensen hun baan verlaten verandert. Werknemers stoppen minder vaak omdat ze een nieuwe baan hebben gevonden of een eigen bedrijf starten. Tegelijk komt ontslag door bedrijfseconomische redenen, reorganisaties, bezuinigingen, faillissementen of arbeidsconflicten vaker voor.

Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. In 2025 gingen gemiddeld 618 duizend werknemers per kwartaal met ontslag. In 2022 waren dat er nog 677 duizend. Het totale aantal ontslagen ligt dus lager dan tijdens de zeer krappe arbeidsmarkt van 2022, maar de samenstelling is veranderd.

Dat maakt het beeld interessant. Er zijn minder baanwisselingen vanuit kracht, maar meer beëindigingen waarbij economische druk of problemen binnen bedrijven een rol spelen. De arbeidsmarkt is daarmee nog niet zwak, maar wel minder vanzelfsprekend gunstig voor werknemers dan een paar jaar geleden.

Minder vertrek vanwege nieuwe baan

De meest genoemde reden om met ontslag te gaan is nog altijd een nieuwe baan of het starten van een eigen bedrijf. In 2025 gold dit voor 37,7 procent van de werknemers die hun baan beëindigden. In 2022 was dat nog 42,3 procent.

Dat verschil past bij een arbeidsmarkt die iets minder oververhit is. In 2022 was de werkloosheid historisch laag en konden veel werknemers makkelijk overstappen. Werkgevers vochten om personeel, lonen stegen en mensen hadden vaak meerdere opties.

In 2025 is dat beeld minder sterk. Werknemers wisselen nog steeds van baan, maar doen dat minder vaak dan in de piekperiode. Dat kan erop wijzen dat mensen voorzichtiger worden. Een nieuwe baan klinkt aantrekkelijk, maar bij economische onzekerheid weegt zekerheid soms zwaarder.

Voor werkgevers betekent dit dat personeel mogelijk iets minder snel vertrekt dan in de jaren van extreme krapte. Tegelijk is dat geen reden om achterover te leunen, want goede arbeidsvoorwaarden, werkdruk en ontwikkelmogelijkheden blijven belangrijk om mensen vast te houden.

Bedrijfseconomisch ontslag neemt toe

Waar vrijwillige overstappen minder vaak voorkomen, nemen bedrijfseconomische redenen juist toe. In 2025 was bij 8,1 procent van de baanbeëindigingen sprake van bedrijfseconomische redenen of een arbeidsconflict. In 2022 was dat 4,9 procent.

Daaronder vallen verschillende situaties. Denk aan faillissementen, bezuinigingen, reorganisaties of conflicten op het werk. Vooral bezuinigingen, reorganisaties en arbeidsconflicten komen vaker voor. In 2025 waren die goed voor 6 procent van de baanbeëindigingen. Dat komt neer op gemiddeld 34 duizend beëindigde contracten per kwartaal.

Faillissementen komen minder vaak voor als belangrijkste ontslagreden, maar ook daar is een stijging zichtbaar. In 2025 ging het om 2 procent van de gevallen, gemiddeld 9 duizend per kwartaal. In 2022 was dat nog 1 procent.

Dat laat zien dat bedrijven op sommige plekken meer druk voelen. Hogere kosten, duurdere financiering, veranderende vraag en onzekerheid kunnen ertoe leiden dat organisaties moeten ingrijpen. Dat hoeft niet altijd een faillissement te zijn. Vaak begint het met minder opdrachten, uitgestelde investeringen of het schrappen van functies.

Minder ontslagen, maar zwaardere redenen

Het opvallende aan de cijfers is dat het totale aantal ontslagen lager ligt dan in 2022, terwijl economische ontslagredenen juist vaker voorkomen. Dat klinkt tegenstrijdig, maar laat vooral zien dat de arbeidsmarkt van karakter verandert.

In een zeer krappe arbeidsmarkt zeggen veel mensen zelf hun baan op omdat ze ergens anders kunnen beginnen. Dat telt ook mee in de brede CBS-definitie van ontslag, waarin zowel vertrek op initiatief van werknemer als werkgever wordt meegenomen.

Als die vrijwillige beweging afneemt, daalt het totale aantal baanbeëindigingen. Tegelijk kunnen economische ontslagen toenemen wanneer bedrijven voorzichtiger worden. Dan krijg je precies dit beeld: minder ontslag in totaal, maar relatief meer ontslag dat voortkomt uit problemen of keuzes bij werkgevers.

Voor werknemers voelt dat anders. Ontslag omdat je een betere baan hebt gevonden, is meestal een stap vooruit. Ontslag door reorganisatie of bezuiniging geeft juist onzekerheid.

Tijdelijke contracten blijven kwetsbaar

Het einde van een tijdelijk contract blijft een belangrijke reden voor baanbeëindiging. In 2025 was dat in 14,6 procent van de gevallen de belangrijkste reden. In 2022 was dat vrijwel hetzelfde, met 14,5 procent.

Bij werknemers met een flexibele arbeidsrelatie speelt dit nog sterker. Van de 341 duizend flexwerknemers die per kwartaal stopten met hun baan, deed 23 procent dat omdat het tijdelijke contract afliep. Hoe flexibeler de contractvorm, hoe vaker dit de reden is.

Dat is niet verrassend. Tijdelijke contracten, oproepcontracten en andere flexvormen zijn juist bedoeld om sneller mee te bewegen met vraag en aanbod. Voor werkgevers biedt dat ruimte. Voor werknemers betekent het minder zekerheid.

Toch is bedrijfseconomisch ontslag bij vaste werknemers juist vaker de belangrijkste reden dan bij flexwerknemers. In 2025 ging het bij vaste werknemers om 14 procent. Bij flexwerknemers was dat 5 procent. Dat verschil komt deels doordat flexibele contracten vaak simpelweg eindigen zonder dat bedrijfseconomisch ontslag als reden wordt genoemd.

Vaste baan beschermt niet tegen reorganisatie

Een vaste baan geeft meer zekerheid dan een tijdelijk contract, maar beschermt niet volledig tegen economische druk. Als bedrijven reorganiseren, bezuinigen of afdelingen sluiten, kunnen ook vaste werknemers hun baan verliezen.

Dat is zichtbaar in de cijfers. Bij vaste werknemers is bedrijfseconomisch ontslag of een arbeidsconflict vaker de belangrijkste reden dan bij flexwerknemers. Ook pensioen of hoge leeftijd speelt bij vaste werknemers vaker een rol.

Voor veel mensen blijft een vast contract waardevol. Het biedt inkomen, zekerheid en bescherming. Maar de cijfers laten zien dat ook vaste werknemers geraakt worden wanneer bedrijven hun organisatie aanpassen.

Dat maakt de arbeidsmarkt dubbel. Aan de ene kant is er nog steeds krapte en zoeken werkgevers mensen. Aan de andere kant nemen sommige bedrijven afscheid van personeel omdat kosten, vraag of strategie veranderen.

Na economisch ontslag werkt ruim de helft niet

Het meest scherpe cijfer zit misschien wel na het ontslag. Van de werknemers die in 2025 om bedrijfseconomische redenen hun baan verloren, was 32 procent in het daaropvolgende kwartaal werkloos. Nog eens 21 procent stroomde uit naar de niet-beroepsbevolking.

Samen betekent dit dat 53 procent van deze groep een kwartaal later niet werkte. Dat laat zien dat bedrijfseconomisch ontslag vaak meer is dan een korte overgang tussen twee banen.

Bij mensen van wie het tijdelijke contract afliep, is het beeld zelfs iets zwaarder. Daar werkte 57 procent een kwartaal later niet. Bij overige ontslagredenen lag dat lager, met 37 procent zonder baan in het volgende kwartaal.

Dat verschil is logisch. Wie vertrekt voor een nieuwe baan, blijft meestal aan het werk. Wie wordt geraakt door reorganisatie, faillissement of het aflopen van een contract, heeft vaker tijd nodig om opnieuw werk te vinden.

Nieuwe baan vaak weer flexibel

Als mensen na ontslag weer werk vinden, is dat meestal opnieuw in een flexibele arbeidsrelatie. In 2025 werkte 47 procent van de werknemers die met ontslag gingen in het daaropvolgende kwartaal als werknemer met een flexibel contract. Slechts 9 procent had daarna een vaste arbeidsrelatie en 3 procent werkte als zelfstandige.

Dat laat zien hoe belangrijk flexwerk blijft in de overgang tussen banen. Voor werkgevers is een flexibel contract vaak een manier om iemand eerst tijdelijk in te zetten. Voor werknemers kan het een opstap zijn, maar ook een bron van onzekerheid.

Wie na ontslag terugkomt in flexwerk, heeft weer inkomen, maar niet altijd dezelfde zekerheid als voorheen. Zeker na bedrijfseconomisch ontslag kan dat een stap terug voelen wanneer iemand eerder een vaste baan had.

De arbeidsmarkt is dus niet alleen verdeeld tussen werk en geen werk. Ook de kwaliteit en zekerheid van het nieuwe werk doen ertoe.

Arbeidsmarkt minder gunstig voor snelle overstap

De daling van ontslag vanwege een nieuwe baan past bij andere signalen dat de arbeidsmarkt minder strak wordt. De werkloosheid ligt nog altijd laag, maar is de afgelopen jaren iets opgelopen. Het aantal werkenden groeit niet meer vanzelf door en bedrijven kijken kritischer naar kosten.

Dat betekent niet dat werknemers ineens weinig kansen hebben. In veel sectoren is personeel nog steeds schaars. Zorg, techniek, onderwijs, bouw, ICT en logistiek blijven zoeken naar mensen.

Maar het gemak waarmee werknemers in 2022 konden overstappen, lijkt minder vanzelfsprekend. Werkgevers zijn voorzichtiger met aannemen. Werknemers kijken scherper naar risico’s. En sommige bedrijven moeten juist snijden in personeel.

Daarmee schuift de arbeidsmarkt langzaam van extreme krapte naar een meer gemengd beeld. Kansen blijven er, maar ze zijn minder gelijk verdeeld.

Bedrijven zoeken balans tussen personeel en kosten

Voor werkgevers zijn de cijfers herkenbaar. Veel organisaties hebben de afgelopen jaren te maken gekregen met hogere lonen, duurdere energie, hogere rente, stijgende huurkosten en onzekerheid over vraag. Tegelijk blijft personeel vinden lastig.

Dat leidt tot een lastige afweging. Bedrijven willen goede mensen behouden, maar moeten ook financieel gezond blijven. Als omzet of opdrachten tegenvallen, kan personeel toch onderwerp worden van bezuinigingen.

Reorganisaties zijn dan vaak een manier om kosten te verlagen of een bedrijf anders in te richten. Soms gaat het om efficiënter werken. Soms om digitalisering. Soms om minder managementlagen, minder vestigingen of het schrappen van activiteiten die niet genoeg opleveren.

Voor werknemers maakt het weinig uit welke reden op papier het zwaarst weegt. Als een functie verdwijnt, verandert de zekerheid direct.

Arbeidsconflict ook vaker onderdeel van de cijfers

CBS telt arbeidsconflicten samen met bedrijfseconomische redenen in een bredere categorie. Dat is belangrijk, omdat niet elk ontslag in deze groep puur door financiële nood komt. Soms loopt een samenwerking vast, verandert een organisatie of ontstaat er spanning over functioneren, werkdruk of arbeidsvoorwaarden.

Dat arbeidsconflicten binnen deze categorie vallen, maakt de ontwikkeling iets breder dan alleen faillissementen of bezuinigingen. Het gaat om beëindigingen waarbij de werknemer niet simpelweg vertrekt voor een nieuwe kans, maar waarbij druk, conflict of omstandigheden binnen het bedrijf een rol spelen.

Ook dat past bij een arbeidsmarkt die minder soepel voelt. Wanneer bedrijven reorganiseren, functies veranderen of technologie wordt ingevoerd, kunnen spanningen toenemen. Niet elke verandering leidt tot conflict, maar bij snelle aanpassingen kan de druk op werknemers groeien.

Meer voorzichtigheid bij werknemers

Minder vertrek vanwege een nieuwe baan kan ook iets zeggen over vertrouwen. Werknemers stappen sneller over wanneer zij denken dat de arbeidsmarkt sterk is en dat een nieuwe baan voldoende zekerheid biedt. Als de economie onzekerder wordt, blijven mensen vaker zitten waar ze zitten.

Dat kan op korte termijn rust geven bij werkgevers. Minder verloop betekent minder werving, minder inwerkperiodes en minder verlies van kennis. Maar het kan ook betekenen dat werknemers blijven uit voorzichtigheid, niet omdat ze tevreden zijn.

Voor werkgevers blijft het daarom belangrijk om aandacht te houden voor werkdruk, ontwikkelmogelijkheden en loon. Minder verloop is niet automatisch hetzelfde als meer tevredenheid.

Voor werknemers betekent voorzichtigheid dat zij kansen beter afwegen. Een hoger salaris of nieuwe functie blijft aantrekkelijk, maar zekerheid, reistijd, contractvorm en toekomstperspectief tellen zwaarder mee.

Geen zwakke arbeidsmarkt, wel andere dynamiek

De cijfers wijzen niet op een arbeidsmarkt in crisis. Het totale aantal ontslagen ligt lager dan in 2022 en werkloosheid blijft historisch gezien laag. Maar de dynamiek verandert wel.

In 2022 was de arbeidsmarkt vooral een werknemersmarkt. Veel mensen konden kiezen, overstappen en hogere lonen bedingen. In 2025 is dat nog steeds deels zo, maar minder breed. Sommige werknemers hebben nog altijd veel keuze, terwijl anderen juist te maken krijgen met reorganisatie, aflopende contracten of moeilijkere herplaatsing.

Dat maakt het gemiddelde arbeidsmarktbeeld minder eenvoudig. Er is nog krapte, maar ook meer onzekerheid. Er zijn nog vacatures, maar ook meer ontslag om economische redenen. Er zijn nog kansen, maar niet iedereen vindt na ontslag snel nieuw werk.

Omscholing en begeleiding worden belangrijker

Als meer mensen na bedrijfseconomisch ontslag niet meteen aan het werk zijn, wordt begeleiding naar nieuw werk belangrijker. Vooral wanneer functies verdwijnen door reorganisatie, digitalisering of veranderende vraag, is terugkeer naar precies hetzelfde werk niet altijd mogelijk.

Omscholing, loopbaanadvies en praktijkgericht leren kunnen dan helpen. Dat geldt zeker voor mensen die jarenlang bij dezelfde werkgever hebben gewerkt en ineens opnieuw de arbeidsmarkt op moeten.

Ook werkgevers hebben daar belang bij. Sectoren met personeelstekorten kunnen mensen uit krimpende delen van de economie goed gebruiken, maar dan moeten vaardigheden en functies wel op elkaar aansluiten.

Een administratieve medewerker uit een reorganisatie is niet vanzelf inzetbaar in zorg of techniek. Maar met gerichte scholing of begeleiding kan een overstap soms wel lukken.

Signaal voor de komende maanden

De ontwikkeling van ontslagredenen is een belangrijk signaal voor de arbeidsmarkt. Zolang mensen vooral vertrekken voor nieuwe banen, wijst dat op vertrouwen en beweging. Als economische redenen vaker voorkomen, zegt dat iets over druk bij bedrijven.

De komende maanden moeten uitwijzen of deze trend doorzet. Als kosten hoog blijven, rente en onzekerheid drukken en bedrijven voorzichtiger worden met investeringen, kan het aandeel bedrijfseconomisch ontslag verder oplopen. Als de economie aantrekt en vraag naar personeel sterk blijft, kan het beeld stabiliseren.

Voor nu is de boodschap vooral genuanceerd. De arbeidsmarkt blijft sterk, maar niet meer vanzelfsprekend comfortabel. Werknemers vertrekken minder vaak vanuit luxe en vaker vanuit omstandigheden waar zij zelf minder grip op hebben.

Minder overstappen, meer economische druk

De CBS-cijfers laten zien dat ontslag in Nederland van kleur verandert. Het totale aantal werknemers dat per kwartaal met ontslag gaat, ligt lager dan in 2022. Maar de reden is vaker economisch beladen.

Minder mensen vertrekken voor een nieuwe baan of eigen bedrijf. Meer contracten eindigen door bezuinigingen, reorganisaties, faillissementen of conflicten. En wie om bedrijfseconomische redenen vertrekt, heeft een grote kans om een kwartaal later nog niet aan het werk te zijn.

Dat is geen alarmsignaal voor een brede arbeidsmarktcrisis, maar wel een duidelijk teken dat de piek van de werknemersmarkt voorbij lijkt. De arbeidsmarkt blijft krap, maar de zekerheid voelt minder vanzelfsprekend. Voor werknemers, werkgevers en beleidsmakers is dat een ontwikkeling om scherp te blijven volgen.

Bronnen: Centraal Bureau voor de Statistiek en StatLine.

Recente publicaties

SER: laat asielzoekers sneller werken en maak gemeenten verantwoordelijk

Werk moet vanaf het begin een hoofdrol krijgen bij...

Nederlanders wonen iets ruimer, maar verschillen per regio blijven groot

Nederlanders hebben gemiddeld iets meer woonruimte gekregen. Op 1...

Koopkracht steeg in 2025, maar zelfstandigen en gepensioneerden blijven achter

De koopkracht van Nederlanders is in 2025 opnieuw gestegen....

Arbeidsmarkt groeit niet meer door, terwijl werkloosheid licht oploopt

De Nederlandse arbeidsmarkt blijft sterk, maar de groei lijkt...

Aankloten in de Zeegser Duinen: een middag vol plezier en goede gesprekken

Wat een gezellige middag in de Zeegser Duinen! 🌿We...

Gerelateerde artikelen