woensdag, oktober 7, 2026
13.6 C
Groningen

Arbeidsproductiviteit stijgt, maar groei komt met minder gewerkte uren

De commerciële sector heeft in 2025 meer waarde geproduceerd met minder gewerkte uren. Daardoor steeg de arbeidsproductiviteit met 2,5 procent. Dat is een duidelijke omslag na 2024, toen de arbeidsproductiviteit nog daalde.

Volgens nieuwe voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek nam de toegevoegde waarde in de commerciële sector met 1,7 procent toe. Tegelijk werd er 0,8 procent minder gewerkt. Anders gezegd: er kwam meer economische waarde uit minder uren.

Dat is goed nieuws voor de economie, maar het vraagt wel om nuance. Een hogere arbeidsproductiviteit betekent niet automatisch dat werknemers minder druk ervaren of dat elk bedrijf slimmer is gaan werken. Het laat vooral zien dat de sector als geheel efficiënter produceerde. Vooral handel en industrie trokken het cijfer omhoog.

Meer waarde uit minder uren

Arbeidsproductiviteit meet hoeveel toegevoegde waarde er per gewerkt uur wordt geproduceerd. Als bedrijven meer maken, verkopen of leveren met hetzelfde aantal uren, stijgt de productiviteit. Dat kan komen door betere machines, digitalisering, efficiëntere processen, schaalvoordelen of een verschuiving naar productievere sectoren.

In 2025 was vooral de combinatie opvallend. De commerciële sector produceerde meer toegevoegde waarde, terwijl er minder uren werden gewerkt. Dat resulteerde in een productiviteitsstijging van 2,5 procent.

Daarmee herstelt de sector duidelijk van de zwakke jaren ervoor. In 2023 daalde de arbeidsproductiviteit nog met 2,0 procent. In 2024 volgde opnieuw een lichte daling van 0,4 procent. De stijging in 2025 is dus niet zomaar een klein plusje, maar een duidelijke verbetering ten opzichte van de voorgaande twee jaren.

Toch ligt het cijfer niet uitzonderlijk hoog in historisch perspectief. In 2021 steeg de arbeidsproductiviteit met 3,1 procent en in 2000 zelfs met 4,0 procent. Het jaar 2025 is dus sterk, maar niet uniek.

Handel levert grootste bijdrage

De handel droeg het meest bij aan de stijging van de arbeidsproductiviteit. De bijdrage van deze bedrijfstak kwam uit op 1,00 procentpunt. Dat is fors, zeker omdat de totale stijging 2,5 procent bedroeg.

Dat betekent dat handel een groot deel van de productiviteitsgroei verklaart. Denk aan groothandel, detailhandel en handelsactiviteiten waarbij schaal, logistiek, digitalisering en voorraadbeheer een grote rol spelen.

In de handel kan productiviteit stijgen wanneer processen efficiënter worden ingericht. Bijvoorbeeld door betere data, snellere distributie, automatisering in magazijnen, slimmere inkoop of minder personeelsuren per verkochte eenheid. Ook online verkoop en efficiëntere ketens kunnen invloed hebben.

Voor ondernemers in de handel is dit een belangrijk signaal. De sector blijft gevoelig voor marges, personeel en kosten, maar weet kennelijk wel meer waarde te creëren met minder inzet van arbeid.

Industrie volgt op korte afstand

Ook de industrie leverde een stevige bijdrage. De bedrijfstak droeg 0,74 procentpunt bij aan de stijging van de arbeidsproductiviteit.

Dat past bij een jaar waarin de industrie op meerdere momenten betere signalen liet zien. Meer productie, efficiëntere inzet van machines en herstel in bepaalde industrietakken kunnen de productiviteit ondersteunen.

In de industrie is arbeidsproductiviteit vaak sterk verbonden met kapitaalgoederen: machines, installaties, automatisering, robotisering en software. Als fabrieken met dezelfde of minder mensen meer output draaien, stijgt de waarde per gewerkt uur.

Dat is voor Nederland belangrijk, omdat de industrie niet alleen directe productie levert. Er hangt ook veel omheen: logistiek, onderhoud, technische dienstverlening, energie, toeleveranciers en export. Een productiviteitsverbetering in de industrie kan daardoor breder doorwerken in de economie.

Niet elke sector droeg positief bij

De stijging kwam niet overal vandaan. Naast handel en industrie leverden ook gezondheids- en welzijnszorg, vervoer en opslag, financiële dienstverlening, bouwnijverheid en verhuur en overige zakelijke diensten een positieve bijdrage.

Daartegenover stonden ook negatieve bijdragen. De energievoorziening en informatie en communicatie droegen beide 0,15 procentpunt negatief bij. Ook cultuur, sport en recreatie, delfstoffenwinning en waterbedrijven en afvalbeheer leverden een kleine negatieve bijdrage.

Dat maakt het beeld gemengd. De commerciële sector als geheel werd productiever, maar niet elke bedrijfstak deed mee. Sommige sectoren draaiden beter, andere minder.

Vooral de negatieve bijdrage van informatie en communicatie valt op, omdat deze sector vaak wordt gezien als productief en digitaal gedreven. Dat laat zien dat een sector met hoge productiviteit niet automatisch elk jaar productiviteitsgroei laat zien.

Verschuiving tussen sectoren helpt licht mee

De arbeidsproductiviteit kan op twee manieren stijgen. Bedrijfstakken kunnen zelf productiever worden, maar er kan ook meer gewerkt worden in sectoren die al relatief productief zijn. Dat laatste noemt het CBS een structuureffect.

In 2025 was dat structuureffect licht positief, met 0,1 procentpunt. Er werden relatief meer uren gewerkt in productievere sectoren, zoals energievoorziening en informatie en communicatie.

Dat klinkt misschien tegenstrijdig, omdat die twee sectoren in 2025 negatief bijdroegen aan de productiviteitsgroei. Het verschil zit in het soort effect. Een sector kan op zichzelf een lagere productiviteitsontwikkeling hebben dan eerder, maar nog steeds een hoog productiviteitsniveau kennen. Als er relatief meer uren in zulke sectoren worden gewerkt, kan dat het totaal toch iets ondersteunen.

Het grootste deel van de stijging kwam echter niet door deze verschuiving. De autonome productiviteitsgroei, dus de verbetering binnen sectoren zelf, droeg 2,4 procentpunt bij.

Multifactorproductiviteit springt eruit

Het CBS splitst de productiviteitsgroei ook uit naar achterliggende factoren. Daarbij kijkt het onder meer naar kapitaalverdieping, arbeidscompositie en multifactorproductiviteit.

Kapitaalverdieping betekent dat er per gewerkt uur meer kapitaal beschikbaar is, zoals machines, computers of andere productiemiddelen. Dat droeg in 2025 0,17 procentpunt bij. Het arbeidscompositie-effect, waarbij relatief beter gekwalificeerd personeel wordt ingezet, droeg 0,19 procentpunt bij.

De grootste bijdrage kwam van multifactorproductiviteit: 2,15 procentpunt. Dat is belangrijk, omdat multifactorproductiviteit vaak wordt gezien als maatstaf voor technologische vooruitgang, schaalvoordelen en efficiëntere inzet van productiemiddelen.

Simpel gezegd: bedrijven lijken in 2025 niet alleen meer machines of hoger opgeleid personeel te hebben ingezet, maar vooral slimmer te hebben gewerkt. Dat kan komen door betere processen, digitalisering, organisatieverandering of efficiëntere productie.

Waarom productiviteit zo belangrijk is

Arbeidsproductiviteit is misschien geen cijfer dat dagelijks veel aandacht krijgt, maar economisch is het erg belangrijk. Als een land meer waarde kan produceren per gewerkt uur, kan de welvaart stijgen zonder dat iedereen meer uren hoeft te maken.

Dat is extra relevant in Nederland. De arbeidsmarkt is krap, het aantal werkenden tot de AOW-leeftijd groeit niet meer vanzelf door en veel sectoren zoeken personeel. Als er niet steeds meer mensen bijkomen, moet groei vooral komen uit slimmer werken.

Daarom is een stijging van de arbeidsproductiviteit goed nieuws. Het betekent dat economische groei minder afhankelijk wordt van extra uren. Zeker in sectoren met personeelstekorten kan dat helpen.

Maar productiviteit is geen wondermiddel. Efficiënter werken vraagt vaak investeringen, opleiding, digitalisering en verandering in organisaties. Niet elk bedrijf kan dat even makkelijk.

Minder uren hoeft niet minder druk te betekenen

Dat er minder uren zijn gewerkt, betekent niet automatisch dat werknemers rustiger werkten. In sommige bedrijven kan minder uren juist betekenen dat hetzelfde werk met minder mensen is gedaan. Dat kan de productiviteit verhogen, maar ook de werkdruk vergroten.

Daarom moet het cijfer voorzichtig worden gelezen. Voor de economie als geheel is meer waarde per uur positief. Voor werknemers kan de ervaring per sector heel anders zijn.

In goed georganiseerde bedrijven kan hogere productiviteit betekenen dat technologie en processen werk lichter maken. In andere bedrijven kan het betekenen dat mensen meer moeten doen in minder tijd.

Voor werkgevers is dat een belangrijk aandachtspunt. Productiviteitsgroei is pas duurzaam als die niet alleen uit hogere druk komt, maar uit betere organisatie, automatisering, vakmanschap en slimmer gebruik van mensen en middelen.

Goed nieuws voor loonruimte, maar niet automatisch

Hogere arbeidsproductiviteit kan op termijn ruimte geven voor hogere lonen. Als bedrijven per gewerkt uur meer waarde creëren, is er in theorie meer ruimte om werknemers beter te betalen, te investeren of prijzen minder hard te verhogen.

Dat is ook relevant in een periode waarin cao-lonen nog steeds stijgen. Werkgevers wijzen vaak op hogere personeelskosten. Werknemers wijzen op inflatie en koopkracht. Productiviteitsgroei kan helpen om die spanning iets te verminderen.

Maar die ruimte komt niet automatisch bij werknemers terecht. Bedrijven kunnen hogere productiviteit ook gebruiken om marges te herstellen, schulden af te bouwen, te investeren of prijzen concurrerend te houden.

Daarom blijft de verdeling van productiviteitswinst een belangrijk onderwerp. Wie profiteert: werknemers, bedrijven, consumenten of aandeelhouders?

Mkb kan verschillen sterk voelen

Voor het midden- en kleinbedrijf is arbeidsproductiviteit vaak heel concreet. Het gaat om roosters, planning, automatisering, administratie, klantcontact, voorraadbeheer en inzet van personeel.

Een klein bedrijf dat met dezelfde mensen meer klanten kan bedienen, verhoogt zijn productiviteit. Een installatiebedrijf dat minder tijd kwijt is aan planning en meer tijd aan werk op locatie, doet hetzelfde. Een winkel die voorraad beter beheert en minder personeelsuren nodig heeft per verkoop, ook.

Maar investeren in productiviteit kost vaak tijd en geld. Software, machines, scholing en procesverbetering zijn niet gratis. Grote bedrijven kunnen zulke investeringen vaak makkelijker dragen dan kleine ondernemers.

Daarom kan productiviteitsgroei op sectorniveau verschillen verhullen. De ene ondernemer profiteert volop van digitalisering, terwijl een andere vooral merkt dat personeel schaars en duur blijft.

Technologie helpt, maar organisatie bepaalt veel

Veel productiviteitsdiscussies draaien om technologie. Denk aan automatisering, AI, data, software, robotisering en slimme machines. Die kunnen veel verschil maken.

Toch is technologie alleen meestal niet genoeg. Bedrijven moeten processen aanpassen, medewerkers trainen en goed nadenken waar technologie echt waarde toevoegt. Een nieuw systeem dat slecht wordt gebruikt, verhoogt de productiviteit niet vanzelf.

De sterke bijdrage van multifactorproductiviteit wijst juist op een bredere verbetering. Niet alleen meer machines of beter opgeleid personeel, maar ook efficiëntere inzet van productiemiddelen.

Dat betekent dat organisatiekwaliteit ertoe doet. Duidelijke processen, minder verspilling, betere planning, goede samenwerking en minder onnodige administratie kunnen net zo belangrijk zijn als nieuwe technologie.

Productiviteit blijft wisselvallig

De cijfers van de afgelopen jaren laten zien dat arbeidsproductiviteit niet elk jaar dezelfde kant op beweegt. In 2021 en 2022 steeg de productiviteit duidelijk. In 2023 en 2024 daalde die juist. In 2025 is er opnieuw een stevige plus.

Die wisselvalligheid komt deels door economische omstandigheden. Sectoren herstellen niet allemaal tegelijk. Vraag, productie, gewerkte uren, bezetting en kosten kunnen sterk schommelen.

Ook tijdelijke effecten kunnen meespelen. Als bedrijven na een zwakker jaar weer meer produceren zonder direct veel extra uren te maken, kan de productiviteit sterk stijgen. De vraag is dan of die stijging structureel blijft.

Daarom is één goed jaar belangrijk, maar niet genoeg. De echte test komt in de jaren daarna. Blijft de productiviteit stijgen, of valt de groei weer terug?

Belangrijk voor toekomstige welvaart

Voor de lange termijn is arbeidsproductiviteit een van de belangrijkste bronnen van welvaartsgroei. Nederland vergrijst, personeelstekorten blijven in veel sectoren bestaan en publieke voorzieningen vragen steeds meer geld.

Als de economie wil blijven groeien zonder dat iedereen meer uren moet werken, is hogere productiviteit nodig. Dat geldt voor bedrijven, maar ook voor brede maatschappelijke opgaven. Denk aan zorg, woningbouw, energie, infrastructuur en digitalisering.

De commerciële sector is daarbij belangrijk, omdat deze volgens het CBS goed is voor ongeveer 80 procent van de totale toegevoegde waarde. De sector bepaalt dus voor een groot deel hoe productief de Nederlandse economie kan zijn.

Dat maakt de stijging van 2,5 procent betekenisvol. Niet omdat alle problemen daarmee zijn opgelost, maar omdat het laat zien dat groei met minder uren mogelijk is.

Voorzichtig optimisme

De stijging van de arbeidsproductiviteit in 2025 is positief nieuws. Na twee zwakke jaren produceerde de commerciële sector meer waarde met minder gewerkte uren. Vooral handel en industrie trokken het cijfer omhoog, terwijl multifactorproductiviteit de belangrijkste achterliggende bijdrage leverde.

Tegelijk blijft voorzichtigheid nodig. De cijfers zijn voorlopig, de stijging is niet in alle sectoren zichtbaar en hogere productiviteit kan zowel uit slimmer werken als uit hogere werkdruk komen.

Voor ondernemers is de les duidelijk. Groei hoeft niet alleen te komen uit meer personeel. In een krappe arbeidsmarkt wordt slimmer werken steeds belangrijker. Dat vraagt om investeringen in mensen, processen, technologie en organisatie.

Voor de economie als geheel is dit een welkom signaal. Nederland heeft productiviteitsgroei hard nodig om welvaart, lonen en concurrentiekracht op peil te houden. Maar één goed jaar maakt nog geen structurele trend. De komende jaren moeten laten zien of deze stijging een tijdelijke opleving is of het begin van steviger productiviteitsherstel.

Bronnen: Centraal Bureau voor de Statistiek en StatLine.

Recente publicaties

Studieschuld daalt voor het eerst, maar hoge schulden blijven zichtbaar

De totale studieschuld in Nederland is voor het eerst...

Inflatie loopt weer iets op door hogere energieprijzen

De inflatie is in september opnieuw iets gestegen. Volgens...

Nieuwe regels voor makelaars moeten biedproces eerlijker maken

De overheid wil harder ingrijpen in de makelaarsbranche. Woonminister...

Cao-lonen stijgen verder, maar tempo van loonstijging neemt af

De cao-lonen in Nederland zijn in het derde kwartaal...

Economisch beeld minder negatief, maar herstel blijft voorzichtig

Het economische beeld in Nederland is in september minder...

Gerelateerde artikelen