Het aandeel Nederlanders dat zich rekent tot een kerkelijke of levensbeschouwelijke groepering is in 2024 licht toegenomen. Volgens cijfers van het CBS identificeerde 44 procent van de bevolking zich met een religie, tegenover 42 procent een jaar eerder. Daarmee lijkt de langdurige daling in religieuze betrokkenheid voor het eerst tot stilstand gekomen. In 2010 lag dit aandeel nog op 55 procent.
Rooms-katholieken blijven grootste groep
In 2024 gaf 17 procent van de bevolking van 15 jaar en ouder aan rooms-katholiek te zijn. Protestantse gezindten werden genoemd door 14 procent, terwijl 6 procent zich moslim noemt. Daarnaast gaf 7 procent aan tot een andere religieuze groep te behoren. In vergelijking met 2010 zijn deze percentages aanzienlijk lager, met toen nog 27 procent rooms-katholieken en 18 procent protestanten.
Leeftijd sterk bepalend voor religieuze affiliatie
Religieuze betrokkenheid neemt toe met de leeftijd. Slechts 32 procent van de 18- tot 25-jarigen gaf in 2024 aan tot een religieuze groep te behoren. Onder 75-plussers ligt dat percentage ruim boven de 60 procent. In de leeftijdscategorie 15 tot 18 jaar voelt ruim 40 procent zich verbonden met een geloofsgemeenschap.
Verschillen tussen mannen en vrouwen
Vrouwen geven vaker aan religieus te zijn dan mannen. In 2024 was 46 procent van de vrouwen verbonden aan een geloofsgemeenschap, tegenover 42 procent van de mannen. Vrouwen zijn relatief vaker katholiek of protestants, terwijl het aandeel moslims iets hoger ligt onder mannen.
Bezoek aan religieuze diensten nauwelijks veranderd
Het aandeel mensen dat maandelijks of vaker een religieuze bijeenkomst bijwoont, is al jaren redelijk stabiel. In 2024 ging 13 procent regelmatig naar een dienst, wat niet veel verschilt van eerdere jaren. In 2010 lag dit aandeel nog op 18 procent.
De mate van kerkbezoek varieert per religieuze stroming. Zo bezoekt ongeveer 12 procent van de katholieken regelmatig een kerkdienst. Bij protestanten is dit aandeel meer dan de helft, en onder moslims bezoekt ongeveer de helft maandelijks een moskee.
Lager opgeleiden actiever in religieuze praktijk
Het opleidingsniveau blijkt samen te hangen met deelname aan religieuze diensten. Een kwart van de mensen met alleen basisonderwijs bezoekt maandelijks een dienst. Onder mensen met een afgeronde hbo- of wo-opleiding is dat aandeel met 10 procent aanzienlijk lager.
Volgen van religieuze diensten via media
In 2024 gaf 16 procent van de bevolking van 15 jaar en ouder aan wel eens een religieuze dienst te volgen via radio, televisie of internet. Dit aandeel is de afgelopen jaren vrijwel gelijk gebleven.
Van degenen die wekelijks een religieuze bijeenkomst bijwonen, volgt 76 procent ook wel eens een dienst via de media. Daarvan doet 40 procent dit wekelijks. Onder mensen die zelden of nooit fysiek een dienst bezoeken, geeft 6 procent aan dit wel eens online of via de omroep te doen.
Bron: CBS