Het vinden van een geschikte woning blijkt voor veel Nederlanders nog steeds lastig. In het onderzoek Belevingen 2024 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) geeft bijna de helft van de volwassenen aan ontevreden te zijn over het woningaanbod in de eigen regio. Dat beeld is vooral herkenbaar in Noord-Holland en Utrecht, waar de woningdruk al jaren toeneemt. Veel inwoners zien de prijzen stijgen, terwijl het aanbod nauwelijks meegroeit. Betaalbare alternatieven zijn daardoor zeldzaam geworden.
Andere voorzieningen krijgen wél een ruime voldoende
Op andere terreinen is het beeld positiever. Nederlanders blijken over veel voorzieningen in hun omgeving tevreden. Sportlocaties, cafés, natuur en ziekenhuizen worden het vaakst genoemd als pluspunt. Ruim acht op de tien mensen zegt tevreden te zijn met het aantal sportgelegenheden, en een vergelijkbaar aandeel waardeert het aanbod aan horeca in de buurt. Ook culturele voorzieningen en zorginstellingen krijgen relatief hoge waarderingen.
Toch wringt het verschil. De leefomgeving zelf scoort prima, maar de plek om te wonen vormt voor veel mensen juist een bron van frustratie. Slechts één op de vier volwassenen noemt zich (heel) tevreden over het beschikbare woningaanbod.
Weinig vertrouwen in verbetering
Wie vooruitkijkt, ziet weinig reden tot optimisme. Bijna vier op de tien Nederlanders verwacht dat het woningaanbod de komende jaren verder verslechtert. Slechts een kleine groep – ongeveer achttien procent – denkt dat het de goede kant op zal gaan. De rest verwacht geen grote verandering.
Bij andere voorzieningen is het vertrouwen groter. Slechts een kleine groep, ongeveer één op de vijf, voorziet een terugloop in het openbaar vervoer of het aantal huisartsenpraktijken. Voor sportlocaties en horeca verwacht men nauwelijks verandering; dat aanbod lijkt het meest stabiel te blijven.
Grote verschillen tussen provincies
De cijfers laten aanzienlijke regionale verschillen zien. In de Randstad overheerst ontevredenheid. In Noord-Holland en Utrecht zegt ongeveer zestig procent van de inwoners dat het woningaanbod tekortschiet. In Drenthe, Fryslân en Zeeland ligt dat aandeel beduidend lager. Daar noemt ruim een derde van de bevolking zich juist (heel) tevreden over de beschikbare woningen.
De kloof tussen stad en platteland lijkt hiermee verder te groeien. In stedelijke gebieden zorgt de hoge vraag naar woningen voor spanning, terwijl in minder dichtbevolkte provincies meer evenwicht bestaat tussen vraag en aanbod.
Zeeland positiever over wonen, kritisch over vervoer
Zeeland vormt een opvallende uitzondering in de cijfers. Bewoners zijn daar relatief tevreden over het woningaanbod, maar kijken een stuk kritischer naar andere voorzieningen. Vooral het openbaar vervoer wordt genoemd als aandachtspunt. Slechts 22 procent van de Zeeuwen zegt daar tevreden over te zijn, en bijna de helft vreest dat het aanbod de komende jaren verder terugloopt.
Het blijft daarmee duidelijk dat woontevredenheid meer is dan alleen een dak boven het hoofd. Bereikbaarheid, voorzieningen en de kwaliteit van de leefomgeving bepalen net zo goed hoe mensen hun regio ervaren.
Bron: CBS