In 2024 heeft Nederland ruim 8.000 overdrachtsverzoeken gedaan naar andere Europese landen op basis van de Dublinverordening. Tegelijkertijd ontving Nederland zelf meer dan 5.000 van dergelijke verzoeken van andere landen, zo blijkt uit voorlopige cijfers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), gepubliceerd door het CBS.
Regels onder de Dublinverordening
De Dublinverordening bepaalt welk Europees land verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek. Dit kan het eerste land zijn waar iemand de Europese Unie binnenkomt, een land waar eerder al asiel werd aangevraagd of waar familieleden verblijven. In Nederland is de IND verantwoordelijk voor het coördineren van zowel verzonden als ontvangen verzoeken.
Meeste verzoeken gericht aan Duitsland
Van de 8.000 verzoeken die Nederland in 2024 verzond, waren er 2.350 gericht aan Duitsland. Ook Frankrijk, Kroatië en Spanje ontvingen relatief veel overdrachtsverzoeken van Nederland. Het hoogste percentage geaccepteerde verzoeken kwam van Kroatië, met 86 procent. Gemiddeld werd ongeveer driekwart van de Nederlandse verzoeken ingewilligd.
Stijging aantal verzoeken uit Zwitserland
Nederland ontving in 2024 5.215 overdrachtsverzoeken, waarvan 1.605 afkomstig waren uit Duitsland. Opvallend is de toename van verzoeken uit Zwitserland, dat als niet-EU-lidstaat eveneens deelneemt aan de Dublinverordening. Dat land diende in 2024 maar liefst 715 verzoeken in.
Overdracht in de praktijk: 2.200 personen
Na goedkeuring van een verzoek volgt een fysieke overdracht. In 2024 werden ongeveer 2.200 personen vanuit Nederland overgedragen aan andere landen, voornamelijk aan Duitsland (1.180). Tegelijkertijd nam Nederland 1.200 asielzoekers over van andere landen, waarbij Duitsland opnieuw de grootste herkomst was (380 personen).
Bron: CBS