Nederlandse huishoudens hebben in augustus duidelijk meer uitgegeven dan een jaar eerder. Volgens nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek lag de consumptie 2,1 procent hoger dan in augustus 2025. Daarmee trok de consumptiegroei weer aan na juli, toen huishoudens 1,2 procent meer besteedden.
De groei zit vooral bij goederen. Consumenten kochten meer auto’s, elektrische apparaten en spullen voor de woning. Ook aan voedingsmiddelen werd meer uitgegeven, gecorrigeerd voor prijsveranderingen. Diensten groeiden eveneens, maar minder hard.
Dat geeft een gematigd positief signaal over de economie. Huishoudens blijven geld uitgeven, ondanks hogere vaste lasten, inflatie en onzekerheid over koopkracht. Tegelijk is het geen zorgeloos beeld. De omstandigheden voor consumptie waren in september alweer iets minder gunstig dan in augustus.
Consumptie groeit met 2,1 procent
Huishoudens consumeerden in augustus 2,1 procent meer dan een jaar eerder. Het gaat om volumecijfers. Dat betekent dat het CBS de cijfers corrigeert voor prijsveranderingen. Ook is rekening gehouden met verschillen in koopdagen.
Dat is belangrijk. Als consumenten meer euro’s uitgeven omdat prijzen stijgen, betekent dat niet automatisch dat ze meer kopen. In deze cijfers gaat het juist om het werkelijke volume van de consumptie.
De stijging van 2,1 procent is daarmee een vrij stevig cijfer. Het laat zien dat huishoudens niet alleen meer betalen, maar ook daadwerkelijk meer goederen en diensten afnamen dan vorig jaar.
Daarmee past augustus bij een reeks maanden waarin de consumptie meestal positief uitvalt. In mei groeide de consumptie met 2,2 procent, in juni met 1,9 procent, in juli met 1,2 procent en in augustus dus met 2,1 procent.
Vooral meer duurzame goederen gekocht
De opvallendste groei zit bij duurzame goederen. Daarvan kochten huishoudens in augustus 5,5 procent meer dan een jaar eerder.
Duurzame goederen zijn producten die langer meegaan. Denk aan auto’s, meubels, elektrische apparaten en spullen voor de woning. Volgens het CBS kochten consumenten vooral meer auto’s, elektrische apparaten en woninginrichting.
Dat is interessant, omdat zulke aankopen vaak gevoeliger zijn voor vertrouwen. Een huishouden stelt een nieuwe bank, wasmachine, laptop of auto eerder uit wanneer het financieel onzeker voelt. Als juist deze categorie groeit, wijst dat erop dat een deel van de huishoudens weer bereid is grotere aankopen te doen.
Toch hoeft dit niet te betekenen dat consumenten massaal optimistisch zijn. Soms worden aankopen gedaan omdat vervanging niet langer kan wachten. Een kapotte koelkast, oude auto of noodzakelijke woningaanpassing blijft uiteindelijk nodig, ook als mensen voorzichtig blijven.
Boodschappenvolume ook hoger
Aan voedingsmiddelen en genotmiddelen werd in augustus 2,1 procent meer uitgegeven, gecorrigeerd voor prijsveranderingen. Dat betekent dat huishoudens ook in volume meer kochten dan een jaar eerder.
Dat is opvallend, omdat de prijzen van voedingsmiddelen de afgelopen jaren sterk zijn gestegen. Veel consumenten zijn prijsbewuster geworden in de supermarkt. Ze letten meer op aanbiedingen, kiezen vaker huismerken of stellen luxeproducten uit.
De stijging kan dus meerdere dingen betekenen. Huishoudens kunnen iets meer ruimte hebben, maar ook anders kopen. Daarnaast spelen seizoenseffecten mee. Augustus is een vakantiemaand, met meer barbecues, uitstapjes, gasten, dagjes weg en andere bestedingen rond eten en drinken.
Het cijfer laat vooral zien dat de supermarktconsumptie niet wegvalt. Ondanks prijsdruk blijven huishoudens geld uitgeven aan dagelijkse boodschappen.
Diensten groeien rustiger door
Huishoudens namen in augustus 1,4 procent meer diensten af dan een jaar eerder. Daarmee groeit ook dit deel van de consumptie, maar minder hard dan duurzame goederen.
Diensten vormen ruim de helft van de binnenlandse consumptieve bestedingen van huishoudens. Daardoor zijn ze belangrijk voor het totale consumptiebeeld. Denk aan horeca, recreatie, cultuur, vervoer, communicatie, huisvesting en medische diensten.
Volgens het CBS gaven huishoudens vooral meer uit aan vervoer en communicatie, medische diensten, recreatie en cultuur, huisvesting en horeca.
Dat past bij een economie waarin mensen blijven besteden aan activiteiten en gemak, niet alleen aan spullen. Zeker horeca, recreatie en cultuur zeggen iets over de bereidheid om geld uit te geven buiten de noodzakelijke kosten.
Tegelijk blijft de groei van diensten gematigd. Dat kan samenhangen met hoge prijzen. Horeca, vervoer, recreatie en abonnementen zijn voor veel huishoudens duurder geworden, waardoor de groei in volume minder hard kan zijn dan de groei in euro’s.
Minder overige goederen door brandstof
Niet alle categorieën groeiden. Overige goederen daalden licht, met 0,1 procent. Volgens het CBS komt dat vooral doordat huishoudens minder motorbrandstoffen verbruikten.
Dat kan meerdere oorzaken hebben. Brandstofprijzen, vakantiegedrag, thuiswerken, minder ritten of efficiëntere auto’s kunnen allemaal meespelen. Het cijfer zegt niet meteen dat mensen veel minder reizen, maar wel dat brandstofverbruik in deze categorie op de consumptie drukte.
Het is ook een interessant contrast met de stijging bij duurzame goederen. Consumenten kochten meer auto’s, maar verbruikten minder motorbrandstoffen. Dat kan wijzen op verschuivingen in mobiliteit, zuiniger rijden of een groeiend aandeel elektrische en hybride voertuigen.
Voor huishoudens blijft brandstof bovendien een gevoelige kostenpost. Zeker nu energie en brandstof opnieuw bijdragen aan hogere inflatie, kan dat bestedingsgedrag beïnvloeden.
Consumptie blijft steun voor economie
Dat huishoudens meer consumeren, is belangrijk voor de Nederlandse economie. Consumentenbestedingen ondersteunen detailhandel, horeca, vervoer, recreatie, cultuur, zorgdiensten en allerlei andere sectoren.
Wanneer huishoudens de hand op de knip houden, voelen bedrijven dat snel. Winkels verkopen minder, horeca krijgt minder gasten, recreatiebedrijven zien minder boekingen en dienstverleners merken dat consumenten aankopen uitstellen.
De groei van 2,1 procent in augustus is daarom positief. Het laat zien dat huishoudens ondanks onzekerheid blijven besteden. Dat helpt de economie in een periode waarin investeringen niet altijd sterk aantrekken en consumentenvertrouwen nog steeds negatief is.
Toch is consumptie niet hetzelfde als breed vertrouwen. Mensen kunnen meer besteden en tegelijk bezorgd blijven over hun financiële toekomst.
Vertrouwen blijft een zwakke schakel
Het CBS meldt dat de omstandigheden voor consumptie in september iets ongunstiger waren dan in augustus. Dat kwam vooral doordat ondernemers in de industrie minder positief waren over de toekomstige werkgelegenheid in hun bedrijf. Ook waren consumenten negatiever over de toekomstige ontwikkeling van de werkloosheid.
Dat is een belangrijk signaal. Consumptie hangt niet alleen af van inkomen, maar ook van verwachtingen. Als mensen bang zijn dat werkloosheid oploopt of dat de economie verslechtert, worden ze voorzichtiger.
Grote aankopen zijn dan vaak het eerste waar mensen op letten. Een vakantie, auto, verbouwing of nieuwe meubels kunnen worden uitgesteld. Ook horeca en recreatie kunnen dan sneller onder druk komen.
De groei in augustus is dus positief, maar de onderliggende stemming blijft kwetsbaar. Een paar slechte signalen over werk, prijzen of energie kunnen de koopbereidheid snel raken.
Koopkracht en lonen helpen mee
De consumptiegroei past bij eerdere cijfers waaruit bleek dat de koopkracht in 2025 steeg en dat cao-lonen in 2026 nog steeds groeien. Werknemers houden gemiddeld iets meer over na inflatie, al neemt het tempo van loonstijging af.
Dat extra inkomen kan bestedingen ondersteunen. Als mensen loonstijging krijgen en de inflatie niet harder oploopt, ontstaat er wat meer ruimte voor aankopen.
Maar de ruimte is ongelijk verdeeld. Werknemers met recente cao-verhogingen staan er anders voor dan zelfstandigen, gepensioneerden of huishoudens met hoge vaste lasten. Ook gezinnen met huur, zorgpremie, energiekosten, kinderopvang of autokosten voelen de druk sneller.
Daarom zal niet iedereen de consumptiegroei herkennen. Het gemiddelde cijfer zegt dat huishoudens samen meer consumeerden, maar per huishouden kunnen de verschillen groot zijn.
Vaste lasten blijven bepalend
Een belangrijk deel van de financiële ruimte zit niet in losse aankopen, maar in vaste lasten. Huur, hypotheek, energie, zorgpremie, verzekeringen, abonnementen en vervoer bepalen hoeveel geld overblijft voor andere bestedingen.
Juist daar blijft de druk hoog. De inflatie liep in september weer iets op door hogere energieprijzen. De zorgpremie stijgt volgend jaar naar verwachting opnieuw. Netbeheerkosten nemen toe door de verbouwing van het stroomnet. En huren en woonlasten blijven voor veel huishoudens zwaar.
Dat maakt de consumptiegroei voorzichtig. Huishoudens geven meer uit, maar niet vanuit een situatie waarin de financiële zorgen verdwenen zijn. Veel mensen blijven schuiven, vergelijken en kiezen.
De groei van duurzame goederen kan daarom ook deels worden gezien als uitgestelde vraag. Aankopen die eerder zijn uitgesteld, worden nu alsnog gedaan wanneer het echt nodig is of wanneer er tijdelijk ruimte is.
Detailhandel kan profiteren
Voor winkels is de groei in duurzame goederen goed nieuws. Auto’s, elektrische apparaten en spullen voor de woning zijn belangrijke categorieën voor detailhandel en gespecialiseerde bedrijven.
Ook webshops kunnen profiteren, zeker bij elektronica en woningartikelen. Tegelijk blijft de concurrentie stevig. Consumenten vergelijken prijzen online, letten op aanbiedingen en kopen selectiever.
Voor woonwinkels, elektronicazaken en autobedrijven kan augustus dus een betere maand zijn geweest, maar dat betekent niet automatisch dat de markt breed aantrekt. De vraag blijft gevoelig voor rente, energieprijzen en consumentenvertrouwen.
Ook de timing speelt mee. Augustus is een maand waarin huishoudens soms extra aankopen doen rond vakantie, verhuizing, studie of voorbereiding op het najaar.
Horeca en recreatie blijven meedoen
De groei bij diensten laat zien dat horeca, recreatie en cultuur nog steeds onderdeel zijn van de bestedingen. Mensen blijven uitgaan, reizen, sporten, ontspannen en gebruikmaken van dienstverlening.
Dat is positief voor sectoren die gevoelig zijn voor consumentenvertrouwen. Na jaren met corona, hoge energieprijzen en personeelstekorten blijft het belangrijk dat consumenten diensten blijven afnemen.
Toch is het beeld niet onbeperkt sterk. Horeca en recreatie hebben zelf ook te maken met hoge kosten. Lonen, huur, energie, inkoop en verzekeringen drukken op marges. Als ondernemers prijzen moeten verhogen, kan dat op termijn de vraag weer remmen.
De dienstengroei van 1,4 procent is dus welkom, maar niet uitbundig. Het laat zien dat consumenten blijven besteden, maar nog steeds met mate.
Consumptie groeit, maar economie blijft voorzichtig
De consumptiecijfers sluiten aan bij het bredere economische beeld van de afgelopen weken. De economie oogt minder negatief. Industrie, export en consumptie laten groei zien. Maar consumentenvertrouwen, investeringen en verwachtingen blijven kwetsbaar.
Dat maakt augustus een goede maand voor huishoudelijke bestedingen, maar geen bewijs dat de economie breed versnelt.
Voor echt herstel moet de groei langer doorzetten. Huishoudens moeten vertrouwen houden, lonen moeten koopkracht blijven ondersteunen en vaste lasten mogen niet te veel oplopen. Ook werkzekerheid blijft belangrijk. Als mensen vrezen voor baanverlies, gaan ze sneller sparen of uitstellen.
De omstandigheden in september waren iets ongunstiger. Dat maakt duidelijk dat de consumptiegroei nog geen vanzelfsprekend patroon is.
Meer kopen, maar niet zorgeloos
Het sterke punt in augustus is dat consumenten vooral meer kochten in categorieën die iets zeggen over bestedingsbereidheid. Duurzame goederen groeien duidelijk. Diensten groeien mee. Ook voeding en genotmiddelen liggen hoger dan een jaar eerder.
Het zwakke punt is dat de stemming onder consumenten nog altijd kwetsbaar blijft. Huishoudens geven meer uit, maar leven tegelijk in een periode met hoge vaste lasten, inflatiezorgen en onzekerheid over werk en economie.
Daarom is de conclusie vooral nuchter. De consumptie groeit en dat helpt de economie. Maar de groei rust op een basis die nog gevoelig is voor tegenvallers.
Voor winkels, horeca en dienstverleners is augustus een positief signaal. Voor beleidsmakers laat het zien dat huishoudens de economie blijven dragen. Voor consumenten zelf zal het beeld verschillen: de één voelt ruimte voor grotere aankopen, de ander merkt vooral dat vaste lasten het grootste deel van het inkomen blijven opslokken.
Bronnen: Centraal Bureau voor de Statistiek en StatLine.