De vlinderstand in Nederland is sinds het begin van de jaren negentig met 56 procent teruggelopen. In 2024 bereikte het aantal vlinders het laagste niveau sinds het begin van de metingen, die plaatsvinden binnen het Landelijk Meetnet Vlinders. Dat blijkt uit recente gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en De Vlinderstichting.
Daling al tien jaar op rij
Sinds 1992 worden wekelijks vlinders geteld op vaste routes. Deze metingen volgen de ontwikkeling van 54 soorten dagvlinders. Voor het tiende achtereenvolgende jaar is er sprake van een afname, waarmee het laagste punt in ruim drie decennia werd bereikt. Met name veelvoorkomende soorten als het icarusblauwtje en het groot koolwitje worden steeds minder waargenomen.
Algemene vlindersoorten hard geraakt
De vijftien meest voorkomende dagvlindersoorten, zoals het icarusblauwtje, zijn de afgelopen tien jaar met ruim 35 procent in aantal achteruitgegaan. Dit is zorgwekkend, aangezien juist deze soorten door hun grote aantallen een belangrijke ecologische rol spelen als bestuivers en voedselbron voor andere dieren. Van deze groep namen negen soorten af en drie toe.
Een van de meest in het oog springende gevallen is het donker pimpernelblauwtje, een beschermde soort in Europa. Deze vlinder is sinds enige tijd niet meer waargenomen in Nederland.
Graslandvlinders bijna verdwenen
Ook de graslandvlinders laten een sterke daling zien. De aantallen van tien kenmerkende soorten zijn sinds 1992 gemiddeld met 69 procent gedaald. Daarmee zijn de aantallen op het laagste niveau sinds het begin van de tellingen. Graslandvlinders worden beschouwd als een belangrijke indicator voor de staat van graslanden.
Sommige soorten, zoals de argusvlinder, zijn zelfs met meer dan 98 procent afgenomen. Het bruin zandoogje, dat ooit als meest getelde vlinder gold, is eveneens teruggelopen. Tegelijkertijd doen enkele soorten zoals het hooibeestje en het oranjetipje het relatief goed.
Oorzaken van de achteruitgang
De afname van vlinderpopulaties kent meerdere oorzaken. De belangrijkste factor is het verlies en de versnippering van leefgebieden, zoals heide, duinen en bloemrijke graslanden. Deze gebieden worden bovendien steeds minder geschikt door de toename van stikstof, waardoor nectarplanten verdwijnen.
Klimaatverandering speelt ook een rol, met extremere weersomstandigheden en droogte als gevolg. Verder wijst wetenschappelijk onderzoek op het negatieve effect van chemische bestrijdingsmiddelen op vlinders.
Hoewel sommige soorten profiteren van veranderende omstandigheden, zoals meer variatie in bossen en hogere temperaturen, is het overgrote deel van de vlinderpopulatie in Nederland in de afgelopen decennia aanzienlijk gekrompen.
Bron: CBS, De Vlinderstichting