In Nederland is er in 2024 een duidelijke afname in de uitscheiding van stikstof en fosfaat in dierlijke mest geregistreerd. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) werd er vorig jaar 449 miljoen kilogram stikstof en 148 miljoen kilogram fosfaat uitgescheiden, respectievelijk 3 procent minder en gelijkblijvend ten opzichte van het jaar daarvoor. Deze waarden liggen onder de huidige plafonds, maar overschrijden de strengere normen die vanaf 2025 gelden.
Sectoren onder de loep
De rundveesector toonde een afname van 3 procent in stikstofuitscheiding, met 298 miljoen kilogram in 2024. Ondanks dat de totale veestapel na 2015 aanvankelijk groeide door het vervallen van het melkquotum, hebben recente maatregelen om de veestapel te verminderen bijgedragen aan een lagere mestproductie sinds 2017. Fosfaatuitscheiding in de melkveehouderij vertoonde echter een lichte stijging door een hoger fosforgehalte in het voer.
In de varkens- en pluimveehouderijen is er ook een daling van zowel stikstof- als fosfaatuitscheiding waargenomen, met een reductie van 3 procent voor varkens en 4 procent voor pluimvee. De afname hangt samen met een verkleining van het aantal dieren in deze sectoren sinds 2016.
Toekomstige uitdagingen
Met het aanscherpen van de milieunormen in 2025, waarbij de stikstofplafonds verlaagd worden naar 440 miljoen kilogram en fosfaatplafonds naar 135 miljoen kilogram, staat de agrarische sector voor significante uitdagingen. Deze strengere regelgeving vereist verdere aanpassingen in mestmanagement en veestapelbeheer om onder de nieuwe grenswaarden te blijven.
Bron: CBS