Na een reeks van tien opeenvolgende overwinningen in de Eredivisie, is het Europese pad van Ajax tot een abrupt einde gekomen. De Amsterdamse club verloor de returnwedstrijd in de achtste finales van de Europa League met een forse 4-1 tegen Eintracht Frankfurt. Deze nederlaag volgde op een eerdere 2-1 verlies in de Johan Cruijff Arena, waardoor de uitschakeling een feit werd.
Onverwachte keuzes van trainer Farioli
Francesco Farioli, de trainer van Ajax, koos voor een gewijzigde opstelling, die veel stof deed opwaaien. Verrassend genoeg startten enkele sleutelspelers zoals Kenneth Taylor en Brian Brobbey vanwege fitheidsproblemen op de bank. Nieuwkomers in de opstelling waren Daniele Rugani, Dies Janse, Branco van den Boomen en Lucas Rosa, die recent minder speeltijd hadden gekregen. De 18-jarige Don-Angelo Konadu kreeg zelfs zijn debuut in de basis.
Defensieve desorganisatie leidt tot vroege achterstand
De wedstrijd begon rampzalig voor Ajax. Al in de zevende minuut leidde een defensieve misser tot het eerste doelpunt van Frankfurt door Jean-Mattéo Bahoya, die knap in stelling werd gebracht door Hugo Ekitiké. Ajax had moeite om enige druk te zetten, en keeper Kaua Santos, vervanger van de geblesseerde Kevin Trapp, werd zelden op de proef gesteld.
Götze vergroot de voorsprong
Terwijl Ajax-speler Daniele Rugani langs de lijn werd behandeld voor een hoofdwond, maakte Mario Götze de situatie erger door de 2-0 te scoren. Ondanks enkele pogingen tot een comeback in de slotminuten van de eerste helft en gedurende de tweede helft, bleef Ajax ineffectief. Na een serie wissels in de 63ste minuut, waarbij Traoré, Taylor en Godts het veld betraden, leek er kort hoop toen Taylor de 3-1 scoorde. Echter, een blunder van keeper Matheus stelde Götze in staat om het laatste doelpunt te maken, waarmee hij de eindstand op 4-1 bepaalde.
Foto: https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0/; bron: NOS