woensdag, april 15, 2026
15.1 C
Groningen

Huishoudens merken prijspiek door oorlog pas na 21 maanden

De oorlog in het Midden-Oosten jaagt de energieprijzen omhoog, maar de echte klap in de winkelstraat komt later. Veel later. Volgens berekeningen van economen van Rabobank voelen huishoudens de piek in de prijsstijging pas na ongeveer 21 maanden. Niet omdat bedrijven traag reageren, maar omdat prijsstijgingen stap voor stap door de economie schuiven. Eerst zie je het aan de pomp en op de energierekening. Daarna pas in spullen, en nog later in diensten.

Dat is ongemakkelijk nieuws, juist omdat veel mensen het gevoel hebben dat het nu al duur is. De afgelopen jaren hebben huishoudens immers al een energieperiode achter de rug die nog steeds na-ijlt in vaste lasten en in prijsverwachtingen. Een nieuwe schok komt dan niet als los incident, maar bovenop een economie die nog niet helemaal is uitgeademd.

De eerste klap is direct zichtbaar

Energie is een prijs die je meteen voelt. Brandstof, gas en stroom reageren snel op geopolitieke onzekerheid. Dat zie je niet alleen in de prijzen zelf, maar ook in gedrag. Mensen gaan vergelijken, wisselen van contract, stellen aankopen uit of kiezen voor zekerheid. In een fase van grote onrust op de energiemarkt groeit de vraag naar vaste contracten vaak ineens hard, juist omdat huishoudens geen zin hebben in nog een jaar verrassingen.

De snelle doorwerking heeft een simpele reden. Energie is een basiskost. Niet alleen in huishoudens, maar in vrijwel elke sector. Transport, koeling, verwarming, productie, distributie. Als energie duurder wordt, stijgt de kostprijs van bijna alles. Alleen merk je dat effect niet overal tegelijk.

Daarna komen de energie-intensieve producten

Na de eerste fase volgt de tweede: goederen en producten waar energie en transport zwaar in meewegen. Rabobank rekent voor dat je na enkele maanden al effecten ziet in industriële producten. Denk aan materialen, halffabricaten en onderdelen. Vervolgens schuift het door naar consumentengoederen waarin die materialen verwerkt zijn.

Dat klinkt abstract, maar het is precies de reden waarom prijsstijgingen later ineens opduiken in categorieën die je niet direct met energie associeert. Kleding, gereedschap, apparaten, voedsel. Niet omdat de bakker opeens duurder wil zijn, maar omdat verpakkingen, transport, koeling, productie en grondstoffen stap voor stap duurder worden.

Sommige sectoren voelen dit sneller dan andere. De keten is bij de één kort, bij de ander lang. Maar vrijwel elke keten heeft energie als onderlaag. Als die onderlaag langer hoog blijft, wordt de prijsdruk hardnekkiger.

Diensten reageren het traagst, maar worden vaak het duurst gevoeld

Het meest opvallend is het laatste deel van de doorwerking: diensten. Kappers, monteurs, schoonheidsbehandelingen, horeca, reparatie en onderhoud. Daar zit het energie-effect niet alleen in de rekening voor stroom en gas, maar vooral in de looncomponent.

Als energieprijzen langer hoog blijven, nemen vakbonden dat mee in cao-overleggen. Werkgevers krijgen hogere loonkosten. En die kosten komen, vroeg of laat, terug in de prijs van diensten. Dat is de fase waarin consumenten vaak het sterkst voelen dat “alles duurder wordt”, omdat diensten dicht tegen het dagelijks leven aan zitten.

Juist dat verklaart de vertraging richting die piek van ongeveer 21 maanden. De doorwerking via lonen is langzaam, maar als die eenmaal op gang komt, zit hij in veel meer onderdelen van de economie tegelijk.

Nederland kan het sneller merken dan andere eurolanden

Een extra factor is dat Nederland vaak wat gevoeliger is voor prijsschokken dan sommige andere eurolanden. Dat heeft te maken met de samenstelling van het energieverbruik, met contractvormen en met de recente geschiedenis. De vorige energieschok van 2022 zit nog in het geheugen en werkt in delen van de economie nog door. Daardoor kan een nieuwe schok sneller als “weer een ronde” aanvoelen.

ABN AMRO verwacht dat inflatie in Nederland, als de energie-onrust aanhoudt, richting de 3 procent kan bewegen vanuit een niveau rond de 2,4 procent. Dat is geen paniekcijfer, maar het is wel een signaal dat de inflatie sneller weer omhoog kan kruipen dan veel mensen hoopten.

Waarom dit ook een rentekwestie wordt

Inflatie is niet alleen een probleem voor de winkelmand, maar ook voor renteverwachtingen. Centrale banken kijken scherp naar energiegedreven inflatie, omdat die snel kan overslaan naar bredere prijsstijgingen. Als markten verwachten dat inflatie langer hoog blijft, worden renteverlagingen minder vanzelfsprekend. Dat werkt door in hypotheekrentes en in de financieringskosten voor bedrijven.

Voor huishoudens is dat een extra laag. Niet iedereen merkt dit tegelijk, maar voor mensen die een nieuw energiecontract moeten afsluiten, een huis willen kopen of een lening willen herfinancieren, kan een periode van onzekerheid ineens heel concreet worden.

Niet iedereen wordt even hard geraakt

Een energieschok raakt niet elk huishouden hetzelfde. Lagere inkomens besteden relatief meer van hun budget aan energie en basisuitgaven. Dat betekent dat een stijging van energieprijzen bij hen sneller pijn doet, ook als de inflatie in het gemiddelde cijfer nog meevalt. Tegelijk kunnen huishoudens met buffers eerder verduurzamen of tijdelijke pieken opvangen.

Dat verschil is belangrijk, omdat het verklaart waarom “de inflatie” voor de één een ongemak is en voor de ander een direct bestaanszekerheidsprobleem. Zeker wanneer de doorwerking zich uitstrekt over bijna twee jaar, wordt de vraag niet alleen wat de prijzen doen, maar ook wie de tijd heeft om zich aan te passen.

Wat je de komende maanden waarschijnlijk ziet

Als het conflict aanhoudt, is het scenario dat Rabobank schetst vooral een volgorde. Eerst energie, daarna goederen, daarna diensten. In die periode kunnen overheden en bedrijven proberen de ergste pieken te dempen, maar ze kunnen de ketenreactie niet volledig uitzetten.

Voor consumenten betekent het dat de prijsdruk zich kan verplaatsen. Een periode waarin de pomp even de grootste ergernis is, kan later verschuiven naar duurdere boodschappen, hogere reparatiekosten en prijsstijgingen in vrijetijdsbesteding. Dat maakt deze schok lastig: hij is niet één moment, maar eerder een golf die door blijft rollen.

En precies daarom is die 21 maanden zo’n relevant getal. Het is niet bedoeld als exacte voorspelling op de komma, maar als waarschuwing voor het tempo waarmee prijsschokken doorwerken. De rekening komt niet in één keer. Hij komt in delen, op momenten waarop je net denkt dat het wel meevalt.

Bronnen: NOS, Rabobank (RaboResearch), ABN AMRO, DNB, Energie-Nederland, Reuters.

Recente publicaties

Funderingsschade voor veel huiseigenaren financieel onhaalbaar

Funderingsschade is voor veel huiseigenaren al jaren een sluimerend...

Ombudsman hard over bijstandsbezuiniging: kabinet laat zwaksten vallen

Het kabinetsplan om te besparen op de bijstand zorgt...

Consumptie huishoudens krimpt in februari door lagere uitgaven aan goederen

Na een lichte krimp in januari hebben Nederlandse huishoudens...

Geste-bouw organiseert bouwcapaciteit met vakmensen en zekerheid

In de bouw draait het zelden om “even” iemand...

Prijzen koopwoningen opnieuw hoger, maar nieuwbouw blijft achter

Wie hoopte dat de woningmarkt eind 2025 wat meer...

Gerelateerde artikelen