maandag, oktober 5, 2026
10.8 C
Groningen

Inflatie loopt weer iets op door hogere energieprijzen

De inflatie is in september opnieuw iets gestegen. Volgens de snelle raming van het Centraal Bureau voor de Statistiek waren consumentengoederen en diensten 3,4 procent duurder dan een jaar eerder. In augustus was dat nog 3,3 procent.

De stijging is klein, maar wel opvallend. De afgelopen maanden leek de inflatie redelijk stabiel rond de 3 procent te bewegen. Nu duwen vooral energie en motorbrandstoffen het cijfer weer iets verder omhoog. Boodschappen werden juist goedkoper dan een jaar geleden.

Daarmee blijft het inflatiebeeld dubbel. Aan de ene kant is er geen sprake van een prijsstijging zoals in 2022, toen energie de inflatie naar extreme niveaus bracht. Aan de andere kant blijft de inflatie hoger dan veel huishoudens en beleidsmakers zouden willen. Vooral vaste lasten, energie en diensten houden de druk op de portemonnee in stand.

Inflatie naar 3,4 procent

De inflatie kwam in september uit op 3,4 procent. Dat betekent dat het gemiddelde pakket goederen en diensten dat consumenten kopen 3,4 procent duurder was dan in september vorig jaar.

Ten opzichte van augustus stegen de prijzen met 0,1 procent. Dat lijkt weinig, maar in september blijven prijzen gemiddeld vaak ongeveer gelijk ten opzichte van augustus. De lichte maandstijging past dus bij het beeld dat de prijsdruk nog niet weg is.

Het CBS benadrukt dat het gaat om een snelle raming. Die wordt gemaakt op basis van nog onvolledige brongegevens. De definitieve inflatiecijfers over september volgen later deze maand. Toch geeft de snelle raming al een duidelijk beeld van de richting: inflatie blijft hardnekkig en beweegt weer iets omhoog.

Energie trekt het cijfer omhoog

De belangrijkste aanjager zit bij energie en motorbrandstoffen. Die categorie was in september 13,9 procent duurder dan een jaar eerder. In augustus was dat nog 11,6 procent.

Volgens de NOS komt de stijging vooral door duurdere brandstof. Ook elektriciteit en andere energievormen worden weer duidelijker zichtbaar in het inflatiecijfer. CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen wijst erop dat energie in de eerste helft van het jaar vaak nog goedkoper was dan een jaar eerder, maar dat beeld is gedraaid.

Dat is belangrijk, omdat energie op veel plekken doorwerkt. Huishoudens merken het bij tanken, stroom en gas. Bedrijven merken het in transport, productie, koeling, verwarming en logistiek. Als energie langer duur blijft, kan dat later ook weer in andere prijzen terechtkomen.

Daar zit de zorg. Boodschappen kunnen tijdelijk goedkoper zijn, maar wanneer energie en transport duurder worden, lopen de kosten in de keten op. Dat hoeft niet meteen in het schap te liggen, maar kan met vertraging alsnog doorwerken.

Boodschappen juist goedkoper

Opvallend genoeg zijn voedingsmiddelen, dranken en tabak juist goedkoper geworden. In september lagen de prijzen in deze categorie 1,2 procent lager dan een jaar eerder. In augustus was dat nog 0,5 procent lager.

Dat is voor consumenten welkom, want boodschappen zijn de afgelopen jaren een van de meest voelbare prijsstijgers geweest. Veel huishoudens merken prijsveranderingen in de supermarkt sneller dan abstracte inflatiecijfers. Een lagere boodschappeninflatie kan daarom helpen om het gevoel van druk iets te verminderen.

Toch betekent dit niet dat boodschappen weer goedkoop zijn. De prijzen liggen nog altijd veel hoger dan enkele jaren geleden. Een daling ten opzichte van vorig jaar haalt eerdere prijsstijgingen niet automatisch weg.

Voor veel gezinnen blijft het verschil tussen het officiële inflatiecijfer en de dagelijkse ervaring groot. Wie vergelijkt met 2020 of 2021 ziet nog steeds een fors hoger prijsniveau. De inflatie meet alleen hoeveel prijzen stijgen ten opzichte van een jaar eerder.

Diensten blijven duurder worden

Naast energie blijven ook diensten bijdragen aan de inflatie. Diensten waren in september 3,9 procent duurder dan een jaar eerder. In augustus was dat 3,7 procent.

Diensten zijn een brede categorie. Denk aan horeca, recreatie, verzekeringen, onderhoud, zorggerelateerde diensten, vervoer, abonnementen en allerlei vormen van dienstverlening. Juist bij diensten spelen lonen vaak een grote rol. Als lonen stijgen, stijgen de kosten voor bedrijven die veel personeel inzetten.

Dat maakt diensteninflatie hardnekkiger dan sommige goederenprijzen. Een product kan goedkoper worden als grondstoffen dalen of aanbod toeneemt. Bij diensten werken hogere lonen en vaste kosten vaak langer door.

Voor consumenten betekent dit dat prijsdruk niet alleen aan de pomp of in de supermarkt zit. Ook uit eten gaan, verzekeringen, reparaties, abonnementen en andere terugkerende uitgaven kunnen duurder blijven.

Goederen stijgen beperkt

Industriële goederen, exclusief energie en motorbrandstoffen, waren in september 1,5 procent duurder dan een jaar eerder. Dat is een lichte stijging ten opzichte van augustus, toen het om 1,4 procent ging.

Dat beeld is rustiger dan bij energie en diensten. Veel goederenprijzen zijn minder extreem in beweging dan tijdens de periode van verstoorde aanvoerketens, hoge transportkosten en dure grondstoffen. Toch is ook hier geen brede prijsdaling zichtbaar.

Voor huishoudens is vooral de optelsom belangrijk. Een losse categorie kan meevallen, maar als energie, diensten, huur, zorgpremie en verzekeringen stijgen, blijft de totale druk aanwezig.

Geen herhaling van 2022

De inflatie ligt nu veel lager dan tijdens de energiecrisis. In september 2022 kwam de inflatie uit op 14,5 procent. Dat was uitzonderlijk en werd vooral veroorzaakt door de explosie van energieprijzen na de Russische inval in Oekraïne.

Daar is nu geen sprake van. De inflatie van 3,4 procent is hoog genoeg om voelbaar te zijn, maar niet vergelijkbaar met de piek van 2022. Ook Van Mulligen verwacht volgens NOS geen extreme effecten zoals toen.

Toch is het verschil voor huishoudens soms lastig te voelen. Dat komt doordat prijzen na een inflatiegolf meestal niet terugkeren naar het oude niveau. De inflatie is lager, maar het prijspeil blijft hoog. Daardoor kan een inflatie van 3,4 procent nog steeds voelen als extra druk bovenop een al dure periode.

Europese inflatie loopt ook op

Niet alleen Nederland ziet de inflatie oplopen. Volgens NOS is ook de Europese inflatie gestegen. Dat maakt duidelijk dat prijsdruk niet alleen uit binnenlandse factoren komt.

Energieprijzen, brandstof, internationale handel en geopolitieke onzekerheid werken over landsgrenzen heen. Nederland is bovendien een open economie. Importprijzen, transportkosten en energieprijzen uit het buitenland werken relatief snel door.

Dat maakt het voor Nederland moeilijk om inflatie volledig zelf te sturen. Belastingmaatregelen, accijnzen, toeslagen en inkomensbeleid kunnen dempen of versterken, maar de basis van energie- en grondstoffenprijzen wordt internationaal bepaald.

Lonen houden koopkracht deels overeind

De hogere inflatie moet ook worden gezien naast de loonontwikkeling. Cao-lonen stijgen nog steeds, al neemt het tempo af. In het derde kwartaal lagen cao-lonen 4 procent hoger dan een jaar eerder. Daardoor groeien lonen gemiddeld nog sneller dan de inflatie.

Dat helpt werknemers om koopkracht vast te houden. Toch verschilt het effect per huishouden. Niet iedereen valt onder een cao. Niet iedereen krijgt tegelijk loonstijging. Zelfstandigen, gepensioneerden en mensen met een uitkering ervaren inflatie anders dan werknemers met recente cao-verhogingen.

Bovendien gaat het om gemiddelden. Een huishouden dat veel autorijdt, slecht geïsoleerd woont of hoge vaste lasten heeft, voelt een inflatie van 3,4 procent sterker dan iemand met lage energiekosten en weinig brandstofverbruik.

Koopkracht blijft kwetsbaar

De inflatiecijfers komen kort na Prinsjesdag, waar het kabinet al rekening hield met beperkte koopkrachtgroei. Voor 2027 wordt zelfs een lichte daling van de koopkracht verwacht. Als energieprijzen langer hoog blijven, kan dat beeld kwetsbaarder worden.

Inflatie raakt vooral huishoudens met weinig buffer. Zij geven een groter deel van hun inkomen uit aan vaste lasten, energie en dagelijkse uitgaven. Als die kosten stijgen, is er weinig ruimte om te schuiven.

Dat geldt ook wanneer boodschappen tijdelijk iets goedkoper worden. Een meevaller in de supermarkt kan snel verdwijnen door een hogere energierekening, brandstofkosten, huur, zorgpremie of verzekering.

Daarom blijft inflatie een belangrijk politiek en economisch onderwerp. Het gaat niet alleen om een percentage, maar om hoeveel ruimte mensen aan het einde van de maand overhouden.

Bedrijven kunnen hogere energiekosten doorberekenen

Voor ondernemers is vooral de ontwikkeling van energie belangrijk. Brandstof, stroom en gas zijn voor veel bedrijven directe kostenposten. Denk aan transportbedrijven, horeca, industrie, landbouw, bouw en detailhandel.

Als die kosten oplopen, hebben bedrijven een paar keuzes. Ze kunnen marges accepteren die kleiner worden, proberen efficiënter te werken of prijzen verhogen. Niet elke ondernemer kan hogere kosten makkelijk doorberekenen. Klanten blijven prijsgevoelig, zeker na jaren van inflatie.

Toch kan langdurig duurdere energie uiteindelijk weer in consumentenprijzen terechtkomen. Dat gebeurt vaak met vertraging. Eerst stijgen kosten bij producenten, vervoerders of leveranciers. Daarna komen prijsaanpassingen in contracten, inkoopprijzen en uiteindelijk in winkels of diensten.

Daarom is de huidige stijging van energie meer dan alleen een maandcijfer. Als energie langer duur blijft, kan dat breder doorwerken.

Inflatie blijft boven gewenst niveau

Een inflatie van 3,4 procent ligt nog altijd boven het niveau dat centrale banken op lange termijn graag zien. De Europese Centrale Bank mikt op ongeveer 2 procent inflatie. Dat niveau wordt in Nederland voorlopig niet gehaald.

Voor rentebeleid is dat relevant. Als inflatie hardnekkig blijft, kan de rente langer hoog blijven dan consumenten en bedrijven hopen. Dat raakt hypotheken, bedrijfsleningen, investeringen en overheidsfinanciën.

Tegelijk kijkt de ECB niet alleen naar Nederland, maar naar de eurozone als geheel. De vraag is dus hoe breed de inflatie oploopt en of de stijging tijdelijk is of structureler wordt.

Voor huishoudens maakt dat weinig verschil. Zij merken vooral dat de prijzen blijven stijgen, ook als het tempo lager is dan tijdens de piek.

Snelle raming geeft nog geen volledig detailbeeld

De definitieve cijfers over september worden later gepubliceerd. Dan wordt duidelijker welke producten en diensten precies het meest hebben bijgedragen aan de inflatie.

De snelle raming geeft al wel een bruikbare richting. Energie inclusief motorbrandstoffen stijgt fors. Diensten worden duurder. Boodschappen zijn voor de tweede maand op rij goedkoper. En de totale inflatie loopt licht op.

Dat maakt de conclusie helder, maar niet dramatisch. De inflatie schiet niet omhoog, maar blijft wel taai. Het cijfer beweegt niet terug richting 2 procent, maar kruipt juist iets verder op.

Klein verschil, grote gevoeligheid

Het verschil tussen 3,3 en 3,4 procent lijkt klein. Toch is de gevoeligheid groot, omdat inflatie de afgelopen jaren zo’n zware rol heeft gespeeld in het dagelijks leven. Veel huishoudens zijn alerter geworden op prijsstijgingen. Een kleine stijging roept sneller de vraag op of een nieuwe duurdere periode begint.

Voorlopig is dat niet de conclusie. Daarvoor is de stijging te beperkt en zijn boodschappen juist goedkoper. Maar energie blijft de onzekere factor. Als brandstof, stroom en gas verder stijgen, kan de inflatie opnieuw meer druk geven.

Voor consumenten is het dus opnieuw een gemengd beeld. De supermarkt valt gemiddeld iets mee, maar energie en diensten drukken door.

Energie bepaalt opnieuw de richting

De inflatie in september laat zien dat energie opnieuw een grote rol speelt in de prijsontwikkeling. Niet zo extreem als in 2022, maar wel duidelijk genoeg om het totale inflatiecijfer omhoog te trekken.

Voor huishoudens betekent dat dat vaste lasten en brandstofkosten belangrijk blijven voor de financiële ruimte. Voor bedrijven betekent het dat kostenbeheersing en prijsbeleid opnieuw scherper op tafel komen. Voor beleidsmakers betekent het dat koopkracht kwetsbaar blijft zolang energieprijzen onzeker zijn.

De inflatie is dus niet uit de hand gelopen, maar ook niet terug onder controle in de zin van een rustige 2 procent. September laat vooral zien hoe snel energie het beeld kan kantelen. Boodschappen worden goedkoper, maar de totale inflatie loopt toch op.

Dat maakt de komende maanden belangrijk. Als energie stabiliseert, kan de inflatie weer afvlakken. Als energie duur blijft of verder stijgt, komt de druk opnieuw breder in de economie terecht.

Bronnen: NOS, Centraal Bureau voor de Statistiek en StatLine.

Recente publicaties

Nieuwe regels voor makelaars moeten biedproces eerlijker maken

De overheid wil harder ingrijpen in de makelaarsbranche. Woonminister...

Cao-lonen stijgen verder, maar tempo van loonstijging neemt af

De cao-lonen in Nederland zijn in het derde kwartaal...

Economisch beeld minder negatief, maar herstel blijft voorzichtig

Het economische beeld in Nederland is in september minder...

Hitte kost Nederlandse economie miljarden en legt zwakke plekken bloot

De uitzonderlijke hitte van afgelopen zomer heeft de Nederlandse...

Stressverzuim groeit hard en zet werkgevers steeds meer onder druk

Werkgevers krijgen steeds vaker te maken met werknemers die...

Gerelateerde artikelen