In de pleegzorg zijn al langer zorgen over de kwaliteit van begeleiding. Twee recente rapporten van toezichthouders bevestigen dat die zorgen terecht zijn. De onderzoeken laten zien dat kinderen in pleeggezinnen niet altijd de aandacht krijgen die zij nodig hebben en dat de samenwerking tussen organisaties geregeld tekortschiet.
De inspecties benadrukken dat dit geen kwestie is van onwil. Medewerkers zetten zich volgens hen volop in voor de kinderen. Maar de omstandigheden waarin zij werken zijn zo zwaar dat structurele knelpunten ontstaan. Het is aan bestuurders en beleidsmakers om daar oplossingen voor te vinden.
Vlaardingen als kantelpunt
De rapporten volgden op een incident in Vlaardingen. Een meisje dat daar in een pleeggezin verbleef raakte ernstig gewond en moest worden opgenomen in het ziekenhuis. Eerder concludeerden de inspecties dat er in die zaak veel misging. Uit de nieuwe bevindingen blijkt dat het probleem breder speelt en niet tot die ene situatie beperkt blijft.
In Nederland wonen elk jaar duizenden kinderen bij een pleeggezin. Daarnaast staat een nog grotere groep onder toezicht van de jeugdbescherming, vaak na een rechterlijke uitspraak. Voor de onderzoeken zijn jongeren, pleegouders en medewerkers geïnterviewd en is gekeken naar de dagelijkse praktijk bij verschillende organisaties.
Kinderen te weinig rechtstreeks in beeld
Een van de hoofdconclusies is dat begeleiders onvoldoende contact hebben met de kinderen zelf. Jaarlijkse veiligheidscontroles worden niet altijd uitgevoerd en persoonlijke gesprekken vinden soms nauwelijks plaats. Daardoor baseren medewerkers zich vooral op wat pleegouders vertellen, wat risico’s kan opleveren.
De hoge werkdruk is daarbij een belangrijke factor. Gemiddeld begeleidt een medewerker zo’n twintig kinderen, maar in sommige gevallen zijn dat er dertig of meer.
“Door de hoge werkdruk stoppen mensen met het werk”, zegt hoofdinspecteur Angela van der Putten. “Er moeten dan weer nieuwe pleegzorgbegeleiders komen, die ingewerkt moeten worden. Daarmee wordt de druk alleen maar groter.”
Screening en plaatsing
Volgens de inspecties verloopt de selectie van pleeggezinnen wel zorgvuldig. Ook de matching tussen kind en gezin gaat doorgaans goed. Toch neemt het tekort aan beschikbare gezinnen toe. Ongeveer 900 kinderen wachten momenteel op een plek.
Daarnaast blijft vervolgzorg vaak achter. Vooral hulp bij traumaverwerking is lastig op tijd te organiseren. Kinderen wachten soms maanden of zelfs een jaar, terwijl de rechter heeft bepaald dat de ondersteuning direct noodzakelijk is.
Moeizame samenwerking
De samenwerking tussen pleegzorgbegeleiders en jeugdbeschermers verloopt niet altijd goed. Zij werken vaak vanuit verschillende organisaties en hebben daardoor niet altijd helder afgesproken wie waarvoor verantwoordelijk is.
“Beide zorgverleners weten soms van elkaar niet wie wat doet”, aldus Van der Putten. “Dan bestaat het risico dat er helemaal geen zicht meer op het kind is.”
Ervaringen van kinderen en medewerkers
Ondanks de kritiek gaven pleegkinderen in gesprekken met de inspecties aan dat zij hun begeleiders als steun ervaren. Volgens de rapporten laat dit zien dat medewerkers zich sterk inzetten, maar dat de omstandigheden hen beperken.
De inspecties vinden dat bestuurders meer tijd en ruimte moeten vrijmaken voor persoonlijk contact en dat incidenten beter moeten worden vastgelegd. Ook wijzen zij op de waarde van mentorschap, waarbij een kind langdurig door dezelfde volwassene wordt ondersteund.
Reactie uit de sector
De brancheorganisatie Jeugdzorg Nederland onderschrijft dat er verbeteringen nodig zijn. “Jeugdzorgorganisaties zijn aan zet om in een ingewikkelde praktijk goede hulp te bieden”, zegt Nicolien van den Berg, bestuurslid van de vereniging. “We moeten grenzen stellen aan wat wel of niet haalbaar is. Dat zal soms pijn gaan doen.”
Volgens Van den Berg zijn er sinds het incident in Vlaardingen al maatregelen genomen. “We zijn bijvoorbeeld bezig beter naar kinderen te luisteren, ook als er weinig tijd is. Ook werken we aan het beter vastleggen van gesprekken in de dossiers.”
Vooruitzicht
De inspecties verwachten niet dat er snel opnieuw een incident plaatsvindt zoals in Vlaardingen. Dat wordt gezien als een uitzonderlijke situatie. Wel benadrukken zij dat er blijvend geïnvesteerd moet worden in personeel, samenwerking en zicht op de kinderen. Alleen dan kan de pleegzorg structureel worden verbeterd.
Bron: NOS