vrijdag, mei 1, 2026
24 C
Groningen

Woningdelen kan woningnood verlichten, maar beleid remt af

Woningdelen wordt al langer genoemd als een van de snelste manieren om de druk op de woningmarkt te verlichten. Het idee is eenvoudig: meer mensen in bestaande woningen huisvesten, zonder te wachten op nieuwbouwprojecten die vaak jaren voorbereiding vragen. Toch blijkt in de praktijk dat die route lang niet overal van de grond komt. De ruimte is er vaak wel, maar tussen beleid, vergunningen, parkeernormen en landelijke regels blijft veel potentieel onbenut.

Dat is opvallend, juist omdat de woningnood onverminderd groot is. Volgens het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening kampt Nederland nog altijd met een tekort van meer dan 400.000 woningen. Tegelijk zet het kabinet in op 100.000 nieuwe woningen per jaar, maar benadrukt het ministerie zelf dat nieuwbouw alleen niet genoeg is. Ook het beter benutten van de bestaande voorraad is volgens Den Haag essentieel om sneller meer woonruimte beschikbaar te krijgen.

De woningvoorraad past steeds minder goed bij de huishoudens

De kern van het probleem zit in een mismatch die al jaren groter wordt. Het aantal kleine huishoudens neemt toe, terwijl een groot deel van de woningvoorraad nog altijd bestaat uit ruimere gezinswoningen. Het CBS meldde dat begin 2025 al 3,4 miljoen mensen alleen woonden. In de prognoses stijgt het aantal eenpersoonshuishoudens verder naar 3,8 miljoen in 2035. Tegelijk had een Nederlander gemiddeld 53 vierkante meter woonoppervlak tot zijn beschikking, terwijl alleenstaanden gemiddeld zelfs op 87 vierkante meter wonen.

Juist in die ontwikkeling ligt de logica achter woningdelen. Het ministerie omschrijft woningdelen als een woonvorm waarbij meerdere huishoudens samen in één woning wonen, met een eigen slaapkamer en gedeelde voorzieningen zoals keuken en woonkamer. Het systeem sluit daarmee beter aan op de groei van kleine huishoudens, zonder dat daar direct nieuwe bouwlocaties voor nodig zijn.

Het potentieel is groot, maar de uitvoering blijft achter

Dat woningdelen geen marginaal idee meer is, blijkt uit onderzoeken in de corporatiesector. Aedes meldde eind 2024 dat woningcorporaties in de komende tien jaar in totaal 170.000 extra woonruimten zouden kunnen realiseren door hun bestaande bezit slimmer te benutten, via optoppen, hospitaverhuur, woningdelen en woningsplitsen. Alleen al via deelwoningen zouden daarbij circa 60.000 extra mensen kunnen worden gehuisvest. Aedes wijst er ook op dat 70 procent van de beschikbare corporatiewoningen nu aan een alleenstaande wordt verhuurd, terwijl in veel van die woningen ruimte is voor meer bewoners, bijvoorbeeld via friendscontracten.

Ook Platform31 ziet veel ruimte om sneller meters te maken, maar legt de vinger bij een belangrijk knelpunt: gemeenten hebben een sleutelrol en kunnen woningdelen juridisch mogelijk maken, toestaan onder voorwaarden of juist zwaarder reguleren. Volgens de handreiking van Platform31 kan dat via het omgevingsplan, beleidsregels en de huisvestingsverordening, en hoeft dat niet altijd via zware vergunningstrajecten te verlopen. Tegelijk laat dezelfde handreiking zien dat juist daar in de praktijk veel drempels ontstaan.

Gemeenten erkennen de voordelen, maar sturen vooral op risico’s

Dat dubbele beeld komt ook terug in het landelijke onderzoek van Companen, uitgevoerd in opdracht van Natuur & Milieu. Daaruit blijkt dat ongeveer twee derde van de gemeenten inmiddels beleid heeft op woningdelen en/of woningsplitsen. Dat klinkt positief, maar zegt nog weinig over hoe ruimhartig dat beleid ook echt is. In veel gemeenten is woningdelen wel toegestaan, maar alleen met vergunning, en ongeveer één op de tien gemeenten in de enquête had woningdelen juist verboden.

De terughoudendheid zit vooral in de manier waarop gemeenten naar risico’s kijken. Vrijwel alle gemeenten zien voordelen van woningdelen en woningsplitsen, zoals snellere toevoeging van woonruimte en betere betaalbaarheid voor starters en kleine huishoudens. Maar zodra het concreet wordt, verschuift de aandacht vaak naar overlast, parkeerdruk, clustering van doelgroepen en uitvoerbaarheid. Het gaat dan minder over de vraag óf woningdelen nuttig is, en meer over de vraag welke neveneffecten een gemeente nog acceptabel vindt.

Vooral parkeernormen blijken een hardnekkig obstakel. In het Companen-onderzoek noemt 80 procent van de gemeenten de parkeernorm als belemmering voor woningdelen en woningsplitsen. Voor 32 procent is het zelfs de zwaarst wegende belemmering. In bestaande wijken, waar fysiek weinig extra ruimte is voor parkeerplaatsen, zorgt dat ervoor dat aanvragen stranden nog voordat inhoudelijk naar de woonvraag is gekeken.

Daar komt bij dat het lokale speelveld sterk versnipperd is. De ene gemeente werkt gebiedsgericht en laat woningdelen onder voorwaarden toe, terwijl een andere gemeente vasthoudt aan een streng vergunningenstelsel of een beperkte uitleg van wat wonen precies is. Platform31 waarschuwt dat zo’n standaard vergunningsplicht extra tijd en drempels opwerpt voor bewoners, corporaties en particuliere eigenaren die eigenlijk wel willen delen of splitsen.

Ook vanuit Den Haag komt een gemengd signaal

Op landelijk niveau groeit intussen de politieke aandacht voor woningdelen. In het coalitieakkoord staat dat woningdelen en het verhuren van woningen in kamers makkelijker moeten worden gemaakt. Daarbij is opgenomen dat gemeenten verkamering alleen bij zwaarwegende redenen mogen beperken en dat er simpelere regels voor splitsen moeten komen. Ook werkt het Rijk aan een wetswijziging voor hospitaverhuur. Volgens de officiële informatie van Volkshuisvesting Nederland was het streven om dat wetsvoorstel begin 2026 naar de Tweede Kamer te sturen, al is nog niet bekend wanneer de wijziging daadwerkelijk ingaat.

Tegelijkertijd laat het landelijke beleid ook zien dat niet elke prikkel automatisch werkt. Een belangrijk voorbeeld is de kostendelersnorm. Die verlaagt voor bepaalde uitkeringsgerechtigden de uitkering per persoon wanneer meerdere mensen op één adres wonen. In het onderzoek dat het kabinet hierover liet uitvoeren, staat dat aanpassing of afschaffing van die norm weliswaar effect kan hebben op de bereidheid om te gaan woningdelen, maar dat dit geen doelmatige manier is om woningdelen grootschalig te stimuleren. Afhankelijk van de variant zouden er honderd tot maximaal 15.000 woningen kunnen vrijkomen, maar volledige afschaffing werd geraamd op structureel ongeveer 489 miljoen euro per jaar. Volgens het rapport vallen de kosten per vrijgespeelde woning daardoor hoog uit.

Daarmee ontstaat een belangrijk inzicht: woningdelen kan helpen, maar niet via één enkele knop. Het is geen kwestie van alleen de kostendelersnorm aanpassen, of alleen een hospitawet doorvoeren, of alleen gemeentelijke regels versoepelen. Zolang lokaal beleid, landelijke inkomensregels en praktische uitvoerbaarheid niet beter op elkaar aansluiten, blijft de winst beperkt.

Woningdelen is geen wondermiddel, wel een snelle aanvullende route

Dat maakt woningdelen niet minder relevant. Integendeel: juist omdat nieuwbouw tijd, geld en ruimte vraagt, is het slimmer benutten van bestaande woningen een van de weinige routes die op korte termijn resultaat kunnen opleveren. Het ministerie noemt woningdelen, hospitaverhuur en woningsplitsen niet voor niets expliciet als onderdelen van de aanpak van de woningnood. De voordelen liggen bovendien niet alleen in aantallen, maar ook in lagere woonlasten, minder ruimtebeslag en in sommige gevallen minder eenzaamheid.

Maar zolang gemeenten vooral vanuit beheersing blijven redeneren en het Rijk nog bezig is met het rechtzetten van tegenstrijdige prikkels, zal woningdelen waarschijnlijk vooral een belofte blijven. De wil is er op veel plekken inmiddels wel. De volgende stap is dat beleid ook echt werkbaar, voorspelbaar en eenvoudiger wordt. Pas dan kan woningdelen uitgroeien van sympathiek idee tot serieuze schakel in het oplossen van de woningcrisis.

Bronnen: NOS, CBS, Volkshuisvesting Nederland, Aedes, Platform31 en Companen

Recente publicaties

Stroomnet gaat voor het eerst helemaal op slot: wat zijn de gevolgen?

Het volle stroomnet was de afgelopen jaren vooral een...

Grote zorgen over persoonlijke financiën door oorlog in Midden-Oosten

De oorlog in het Midden-Oosten speelt zich ver van...

Arbeidsproductiviteit Nederlandse economie stijgt fors in 2025

De Nederlandse economie groeide in 2025 met 1,8 procent....

De kracht van het noorden en ondernemerschap

In Familiehotel Paterswolde vond een tafelgesprek plaats met zeven...

Van baan wisselen in 2026 kan pensioencompensatie kosten

Van baan veranderen voelt vaak als een stap vooruit....

Gerelateerde artikelen