woensdag, mei 13, 2026
8.7 C
Groningen

Pensioenfondsen onder nieuw pensioenstelsel voelen beursklappen ook

De beurs onrust door het conflict in het Midden-Oosten raakt niet alleen pensioenfondsen die nog onder het oude stelsel vallen. Ook fondsen die begin 2026 al zijn overgestapt op de nieuwe pensioenregels merken de gevolgen in hun kwartaalcijfers. Daarmee verdwijnt een hardnekkig idee dat het nieuwe pensioenstelsel zulke schokken vanzelf beter zou wegfilteren. De werkelijkheid is nuchterder: ook in het nieuwe stelsel blijven pensioenen gevoelig voor rente, rendement en onrust op financiële markten.

De directe aanleiding is de terugval op de beurzen in het eerste kwartaal van 2026. Volgens de NOS laten Pensioenfonds Metaal en Techniek, bpfBOUW en Pensioenfonds Zorg en Welzijn op basis van hun eerste kwartaalcijfers zien dat de ruimte om pensioenen in 2027 te verhogen kleiner is geworden. Een verlaging lijkt vooralsnog niet nodig, omdat de buffers nog stevig genoeg zijn om de klap op te vangen. Maar de vanzelfsprekendheid van een volgende verhoging is wel verdwenen.

Wat er verandert onder het nieuwe pensioenstelsel

Om te begrijpen waarom deze cijfers zoveel aandacht krijgen, helpt het om kort te kijken naar het nieuwe pensioenstelsel zelf. Onder de nieuwe pensioenwet moeten pensioenfondsen uiterlijk op 1 januari 2028 zijn overgestapt. Werkgevers en werknemers maken daarvoor transitieplannen, kiezen een nieuwe regeling en besluiten of oude rechten worden ingevaren in het nieuwe systeem. Daarbij kunnen ook reserves worden ingericht om tegenvallers op te vangen.

Voor deelnemers betekent die overstap dat pensioen persoonlijker wordt berekend en directer meebeweegt met economische omstandigheden. De algemene dekkingsgraad, jarenlang het kerncijfer van pensioenfondsen, wordt daardoor minder doorslaggevend voor fondsen die al zijn ingevaren. De NOS wijst erop dat het nieuwe stelsel meer individuele opbouw kent. PMT en PFZW laten in hun eigen uitleg ook zien dat deelnemers voortaan veel directer terugzien wat rendement, rente en kosten van pensioen doen met hun verwachte pensioen.

Nieuwe regels betekenen niet minder gevoeligheid voor de beurs

Dat is precies de kern van het nieuws van nu. Het nieuwe pensioenstelsel haalt de gevoeligheid voor financiële markten niet weg. Het verdeelt die risico’s anders en maakt ze zichtbaarder. Bij jongere deelnemers mag meer risico worden genomen, omdat hun pensioen nog ver weg ligt. Voor oudere deelnemers wordt juist voorzichtiger belegd, zodat hun pensioeninkomen stabieler blijft. Maar als aandelen dalen of de rente beweegt, dan sijpelt dat nog steeds door in de uitkomsten.

Bij PMT is dat in het eerste kwartaal van 2026 goed zichtbaar. Het fonds meldt dat het behaalde rendement in de collectieve uitkeringsfase niet voldoende was om de verandering in de kostprijs van pensioen bij te houden. Daardoor daalde het zogenoemde spreidingsvermogen naar -1,1 procent. Op basis van die voorlopige stand zou de pensioenuitkering op 1 januari 2027 met 0,4 procent omlaag moeten, maar die verlaging zou worden opgevangen uit de solidariteitsreserve. PMT benadrukt er direct bij dat dit nog geen definitieve uitkomst is, omdat voor de uiteindelijke aanpassing wordt gekeken naar de resultaten tot en met 30 september 2026.

Waarom een hoger pensioen in 2027 minder zeker is geworden

Dat laatste maakt het verhaal meteen genuanceerder dan alleen een sombere beursreactie. De kwartaalcijfers van fondsen onder het nieuwe pensioenstelsel zeggen nog niet definitief wat gepensioneerden volgend jaar precies krijgen. Maar ze geven wel een vroege richting. En die richting is minder gunstig dan een paar maanden geleden, toen veel fondsen juist met stevige reserves en een relatief sterke uitgangspositie het nieuwe stelsel in gingen. PFZW meldde in maart nog dat de pensioeninkomens in 2026 met ongeveer 12 procent omhooggaan en dat de definitieve overgang rekende met een dekkingsgraad van 126 procent eind 2025.

Daarmee wordt het contrast met het eerste kwartaal van 2026 duidelijk. Waar de overstap naar het nieuwe stelsel voor veel deelnemers begon met hogere pensioeninkomens en gunstige verwachtingen, laat de eerste echte stresstest meteen zien dat die ruimte niet onbeperkt is. PFZW legt op zijn eigen site uit dat de pensioeninkomens na 2026 jaarlijks worden aangepast op basis van beleggingsresultaten over meerdere jaren, waarbij telkens een derde van het resultaat wordt verwerkt en de rest wordt bewaard. Dat systeem moet schommelingen dempen, maar het kan niet voorkomen dat slechtere beursresultaten de ruimte voor een volgende verhoging kleiner maken.

Jongeren en ouderen voelen de schok niet op dezelfde manier

Onder het nieuwe stelsel slaat marktonrust ook niet voor iedereen op dezelfde manier neer. Dat blijkt heel concreet uit de uitleg van PMT. Bij jongere deelnemers wordt meer belegd in risicovollere categorieën die op lange termijn meer rendement kunnen opleveren, maar daardoor schommelt hun verwachte pensioen ook meer. In het eerste kwartaal steeg het pensioenvermogen van een voorbeelddeelnemer van 35 jaar nog wel, maar daalde het verwachte pensioen sterk doordat de kostprijs van pensioen sneller opliep. Bij oudere deelnemers bleven de schommelingen juist beperkter.

Dat verschil is niet nieuw, maar wordt nu voor het eerst in de praktijk van het nieuwe stelsel zichtbaar voor een grote groep deelnemers. Juist daarom is deze ontwikkeling meer dan een technisch kwartaalbericht. Ze laat zien hoe het nieuwe pensioenstelsel werkt als de financiële markten tegenzitten. Niet via één dramatisch besluit voor iedereen tegelijk, maar via kleinere verschuivingen in verwachte pensioenen, buffers, reserves en indexatiekansen.

Conflict in Midden-Oosten werkt door tot in Nederlandse pensioenpotten

De aanleiding voor die tegenwind ligt buiten Nederland. PMT schrijft zelf dat het eerste kwartaal werd gekenmerkt door het conflict in het Midden-Oosten, dat wereldwijd druk zette op de aandelenmarkten. De NOS verbindt de recente verslechtering bij pensioenfondsen eveneens aan de onrust rond de Perzische Golf. DNB waarschuwde eerder al dat geopolitieke onzekerheid pensioenfondsen raakt via economische onzekerheid en via hun beleggingen, juist omdat deze fondsen grote vermogens beheren en daardoor gevoelig zijn voor schokken op financiële markten.

Daarmee komt een bredere werkelijkheid bloot te liggen. Pensioen is voor veel deelnemers iets wat op afstand voelt, iets dat langzaam wordt opgebouwd en later pas relevant wordt. Maar de cijfers over het eerste kwartaal van 2026 laten zien hoe snel internationale spanningen toch kunnen doorwerken in Nederlandse pensioenvermogens. Niet direct als acute crisis, maar wel als rem op toekomstige verhogingen en als herinnering dat ook een vernieuwd stelsel geen bescherming biedt tegen elke economische schok.

Geen directe pensioenverlaging, wel minder ruimte voor meevallers

Voor gepensioneerden is de belangrijkste conclusie voorlopig dat een onmiddellijke verlaging niet aan de orde lijkt. De NOS schrijft dat bpfBOUW, PFZW en PMT hun buffers hoog genoeg vinden om de huidige beursklappen op te vangen, zodat de pensioenen volgend jaar niet hoeven te worden verlaagd. Bij PMT wordt dat ook concreet gemaakt met de solidariteitsreserve die een mogelijke kleine daling voorlopig kan afdekken. Maar tegelijk is het beeld duidelijk minder gunstig voor wie rekende op een volgende verhoging.

Daarmee begint voor het nieuwe pensioenstelsel een fase waarin de theorie plaatsmaakt voor de praktijk. De overgang zelf draaide sterk om uitleg, berekeningen en verwachtingen. Nu komen de eerste echte kwartalen waarin deelnemers en gepensioneerden zien wat economische tegenwind doet. De boodschap uit die eerste cijfers is helder genoeg: ook pensioenfondsen onder het nieuwe stelsel krijgen klappen op de beurs, en die raken niet meteen de maandelijkse uitkering, maar wel de ruimte voor groei in de jaren erna.

Bronnen: NOS, PMT, PFZW, Rijksoverheid, DNB.

Recente publicaties

Vertrouwen in politici en Tweede Kamer op dieptepunt in 2025

Het vertrouwen in politici en de Tweede Kamer is...

Ondernemersvertrouwen zakt hard weg in tweede kwartaal 2026

Het sentiment onder Nederlandse ondernemers heeft in korte tijd...

Economie groeit nauwelijks, maar consument gaf in maart weer meer uit

De Nederlandse economie is 2026 voorzichtig begonnen. In het...

Stroomnet gaat voor het eerst helemaal op slot: wat zijn de gevolgen?

Het volle stroomnet was de afgelopen jaren vooral een...

Grote zorgen over persoonlijke financiën door oorlog in Midden-Oosten

De oorlog in het Midden-Oosten speelt zich ver van...

Gerelateerde artikelen