vrijdag, september 18, 2026
15.3 C
Groningen

Aantal libellen in Nederland nemen sterk af: nieuwe cijfers tonen zorgwekkende trend

De libellenstand in Nederland is sinds 2008 met gemiddeld 28 procent gedaald. Deze afname geldt niet alleen voor zeldzame soorten, maar ook voor algemeen voorkomende libellen. Dat blijkt uit recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en De Vlinderstichting.

De daling betreft onder meer het lantaarntje, een soort die tot voor kort nog veel voorkwam. Tegelijkertijd profiteren warmteminnende soorten zoals de vuurlibel van het veranderende klimaat, waardoor hun aantallen toenemen.

Monitoringsdata van het Landelijk Meetnet Libellen

Sinds 1998 worden libellen systematisch geteld op vaste routes. Dit gebeurt via het Landelijk Meetnet Libellen. Voor 47 soorten wordt jaarlijks een gemiddelde populatie-index berekend. In Nederland komen in totaal ongeveer 64 libellensoorten voor. Voor de overige soorten zijn onvoldoende betrouwbare gegevens beschikbaar om in deze trendmetingen mee te nemen.

Verschillen tussen koude- en warmteminnende soorten

Vooral koudeminnende soorten laten een sterke achteruitgang zien. De groene glazenmaker en de noordse winterjuffer zijn sinds de start van de metingen met circa 75 procent afgenomen, gemiddeld zo’n 5 procent per jaar. Sommige soorten zijn zelfs met meer dan 95 procent achteruitgegaan.

Tegelijkertijd breiden warmteminnende soorten zich verder uit. De vuurlibel en de zuidelijke keizerlibel laten gemiddeld een jaarlijkse toename van 5 procent zien. Wel is deze groei de laatste jaren wat afgevlakt.

Algemene soorten ook in de min

Ook de meest algemene libellen laten een negatieve trend zien. De vijftien soorten die het vaakst worden waargenomen, zijn sinds 1999 met gemiddeld 15 procent in aantal afgenomen. Deze groep bestaat grotendeels uit warmteminnende soorten, waardoor temperatuur niet als enige verklaring kan worden gezien.

Libellen van specifieke leefgebieden onder druk

Libellen die zijn gebonden aan vennen en hoogveen, zoals de speerwaterjuffer en de venglazenmaker, zijn sinds 2010 duidelijk afgenomen. Klimaatopwarming en verdroging spelen hier een rol: tijdens warme zomers warmt het water in deze gebieden sterk op. Dit veroorzaakt stress en maakt voortplanting moeilijker.

Na droge zomers, zoals die van 2018 en 2019, zijn de populaties sterk gedaald, zonder tekenen van herstel. Libellen uit laagveen en moerasgebieden, zoals de gevlekte witsnuitlibel, namen aanvankelijk toe, maar zijn sinds 2018 met ruim 20 procent afgenomen. Hun aantallen liggen nog wel iets hoger dan in 1999. Libellen van stromend water, zoals de weidebeekjuffer, laten over de hele meetperiode juist een stijging zien van 43 procent.

Bron: CBS

Recente publicaties

Koopkracht steeg in 2025, maar zelfstandigen en gepensioneerden blijven achter

De koopkracht van Nederlanders is in 2025 opnieuw gestegen....

Arbeidsmarkt groeit niet meer door, terwijl werkloosheid licht oploopt

De Nederlandse arbeidsmarkt blijft sterk, maar de groei lijkt...

Aankloten in de Zeegser Duinen: een middag vol plezier en goede gesprekken

Wat een gezellige middag in de Zeegser Duinen! 🌿We...

Miljoenennota 2027: koopkracht onder druk, miljarden naar wonen en veiligheid

Nederland staat er economisch nog redelijk voor, maar de...

FNV zet hoog in met looneis van 5,5 procent en prijscompensatie

Vakbond FNV zet stevig in voor de nieuwe cao-ronde....

Gerelateerde artikelen