In 2024 steeg het bruto beschikbaar inkomen van niet-financiële vennootschappen met 14,5 miljard euro naar een totaal van 162,5 miljard euro. Deze stijging is vooral toe te schrijven aan hogere winsten. De investeringen in vaste activa bleven daarbij achter, wat erop wijst dat bedrijven meer geld opzijzetten dan ze daadwerkelijk investeren. Dat blijkt uit geactualiseerde cijfers van het CBS.
Winsten stijgen sneller dan investeringen
Het beschikbare inkomen bestaat uit winsten, overdrachten zoals belastingen en subsidies, en inkomsten uit vermogen. Hoewel bedrijven traditioneel een groot deel van hun inkomen investeren, is dat aandeel de afgelopen jaren afgenomen. In 2024 groeide het inkomen met 14,5 miljard euro, terwijl de investeringen slechts met 3,8 miljard toenamen. Daarmee hielden bedrijven ruim 10 miljard euro over voor het versterken van hun financiële positie.
Oplopende brutowinst en buitenlandse opbrengsten
De stijging van het beschikbaar inkomen is grotendeels te verklaren door een toename van de brutowinst voor belasting met bijna 18 miljard euro. De operationele winst nam toe met bijna 15 miljard euro, en ook de bijdrage van buitenlandse dochters groeide met ruim 3 miljard euro. Een hogere dividenduitkering dempte het totale effect enigszins.
Winstquote daalt ondanks hogere winst
Hoewel de winst groeide, daalde de winstquote licht met 0,3 procentpunt naar 42,4 procent van de toegevoegde waarde. Deze daling wordt verklaard doordat de loonkosten sterker zijn gestegen dan de winst. Toch blijft de winstquote nog altijd boven het langjarig gemiddelde van 40,0 procent.
Investeringsquote op laagste punt in jaren
De investeringen in vaste activa namen toe tot 108,6 miljard euro, maar als aandeel van de toegevoegde waarde daalde de investeringsquote naar 16,6 procent. Daarmee ligt deze bijna een vol procentpunt onder het gemiddelde van de afgelopen decennia (17,5 procent). Dit suggereert dat bedrijven hun financiële buffer verder versterken in plaats van die direct in de economie te herinvesteren.