De landelijke publieke omroep staat aan de vooravond van een grote hervorming. Minister Eppo Bruins (OCW) wil het omroepbestel moderniseren om de publieke media toekomstbestendig te maken. De plannen zijn vandaag naar de Tweede Kamer gestuurd.
Publieke omroep moet eenvoudiger en stabieler worden
De bestaande structuur waarbij omroepen om de vijf jaar toetreden of verdwijnen op basis van ledenaantallen komt te vervallen. In plaats daarvan komt er een vaste inrichting met vier à vijf omroephuizen, naast de NOS. Deze omroephuizen krijgen een blijvende plek binnen het bestel. Lidmaatschap van een vereniging of een minimumaantal leden is niet langer vereist.
Omroepen worden in de toekomst beoordeeld op de manier waarop zij nieuwe maatschappelijke geluiden vertalen naar programma-aanbod. Zo moet de publieke omroep flexibel en tegelijk stabiel inspelen op veranderingen in de samenleving.
Meer duidelijkheid, minder versnippering
De hervormingsplannen bevatten ook voorstellen voor een overzichtelijker bestuur. Het aantal bestuurslagen wordt teruggebracht, met vaste termijnen voor bestuurders en meer vaste aanstellingen voor makers. De huidige elf omroepverenigingen worden samengebracht in vier of vijf grotere eenheden.
De makers komen in dienst bij deze omroephuizen, die verantwoordelijk zijn voor de programmering. Hierdoor krijgen omroepen en medewerkers meer grip op de inhoud én op hun eigen positie. Budgetten worden overzichtelijker verdeeld, wat de baanzekerheid moet vergroten en zorgt voor een veiligere werkomgeving.
De NTR blijft buiten de nieuwe omroephuizen. Er wordt nog onderzocht hoe dit type aanbod een blijvende plek krijgt binnen het bestel.
Nieuwe rolverdeling tussen omroepen, NPO en toezichthouder
De rol van de NPO verandert eveneens. Budgetten worden minder op detailniveau verdeeld en buitenproducenten kunnen hun voorstellen niet langer via de NPO indienen, maar direct bij de omroephuizen. De NPO blijft coördinerend, maar de taak wordt lichter doordat het aantal spelers afneemt.
Ook het toezicht wordt anders ingericht. De minister zal niet langer bepalen welke partijen toegang krijgen tot het bestel. In plaats daarvan wordt het Commissariaat voor de Media de enige externe toezichthouder; resterende toezichtstaken van de NPO gaan daar naartoe.
Minister Bruins benadrukt het belang van de hervorming:
“Een sterke en onafhankelijke publieke omroep is van groot belang voor onze democratie. Hij fungeert als verbinder, betrouwbare informatiebron en plek voor creativiteit en verbeeldingskracht.”
Hij vervolgt:
“Het doel van deze hervorming is dat de omroep ook in de toekomst zichtbaar en vindbaar blijft en meer openstaat voor geluiden uit de samenleving.”
Vervolgtraject richting 2029
In april gaat de minister met de Tweede Kamer in debat over de plannen. Later in 2026 volgt een internetconsultatie over de aanpassing van de Mediawet. De hervorming moet in 2029 van kracht worden. In de tussentijd wordt het voorstel verder uitgewerkt, onder meer met de NPO, de betrokken omroepen, het Commissariaat en de Raad voor Cultuur. Ook commerciële partijen worden geconsulteerd.
Minister Bruins sluit af:
“Als we willen dat de omroep er toe blijft doen, moeten we behouden wat waardevol is en durven veranderen wat noodzakelijk is.”
Foto: publiek domein; bron: Rijksoverheid