Voor het eerst in twaalf jaar is het aantal jongeren onder de 45 jaar dat naar een koopwoning wil verhuizen, afgenomen. Dat blijkt uit recente gegevens van het Woononderzoek Nederland. De daling is vooral zichtbaar onder huishoudens met een inkomen lager dan twee keer modaal. De veranderde houding wijst mogelijk op toenemende ontmoediging door hoge woningprijzen en beperkte financieringsmogelijkheden.
Financiële drempel voor starters blijft hoog
De afgelopen jaren is het eigenwoningbezit onder jongvolwassenen afgenomen. In 2023 was bijna tweederde van de verkochte koopwoningen financieel onbereikbaar voor huishoudens met een doorsnee inkomen. Huishoudens met een gezamenlijk inkomen onder de €89.000 – in 2024 zo’n 65% van alle huishoudens – blijken steeds vaker af te haken op de koopmarkt.
Tegelijkertijd zijn het vooral de hogere inkomens die nog kans maken op een koopwoning. Starters met een inkomen rond de €88.000 – bijna twee keer modaal – kunnen meer financieringsruimte creëren, maar zelfs zij kunnen vaak slechts een beperkt deel van het woningaanbod betalen.
Regionale verschillen in kansen voor starters
Opmerkelijk is dat de koopmogelijkheden in de noordvleugel van de Randstad juist zijn toegenomen. In steden als Amsterdam en Utrecht lijkt het effect zichtbaar van de toename in verkoop van voormalige huurwoningen. Volgens de NVM betrof dit eind 2024 ongeveer 40% van de verkochte woningen in de vier grote steden. Daardoor komen meer relatief betaalbare woningen beschikbaar in de markt.
Eigenwoningbezit daalt onder jongeren
Het aandeel huiseigenaren onder 45-minners is sinds 2019 gestaag afgenomen, vooral onder lagere en middeninkomens. Ook jongeren tot 25 jaar en huishoudens tussen de 25 en 35 jaar hebben minder vaak een koopwoning dan voorheen. In heel Nederland is deze trend zichtbaar.
Ouders spelen grotere rol bij koop eerste woning
Veel jonge kopers kunnen alleen slagen met hulp van familie. In 2024 kreeg bijna een derde van de starters financiële steun van (schoon)ouders, een duidelijke stijging ten opzichte van 2018. Daarbij zijn de schenkingsbedragen ook flink toegenomen: bijna 28% van de starters die hulp ontvingen kreeg een bedrag van €100.000 of meer.
Vooruitzichten voor starters blijven onzeker
Hoewel sommige regio’s tijdelijk beter bereikbaar zijn geworden, blijft de algehele situatie moeilijk voor jongvolwassenen zonder hoog inkomen. De afhankelijkheid van schenkingen groeit, terwijl het aantal huishoudens dat hiervoor in aanmerking komt beperkt is. Bovendien wordt verwacht dat het aanbod van voormalige huurwoningen de komende jaren weer zal afnemen.
Bron: Rabobank