In Lombardije reed hij opnieuw weg. Alleen, zonder te twijfelen. De 27-jarige Sloveen kwam als eerste binnen en schreef de koers voor de vijfde keer op rij op zijn naam. Kort daarvoor had hij al goud gepakt op zowel het wereld- als het Europees kampioenschap.
Met deze overwinning evenaart hij de Italiaan Fausto Coppi, die de wedstrijd tussen 1946 en 1954 vijfmaal won. Pogacar doet het decennia later nog eens dunnetjes over, in een tijd waarin zulke dominantie zelden voorkomt.
Zijn seizoen kende haast geen dal. Winst in de Ronde van Vlaanderen en Luik-Bastenaken-Luik, tweede in Parijs-Roubaix, derde in Milaan-San Remo. En tussendoor nog zijn vierde Tour de France. Een lijst die zijn status als compleet renner onderstreept.
Beslissend moment op de Passo di Ganda
De beslissing in de 119de editie viel op de Passo di Ganda, ongeveer dertig kilometer voor het einde. Pogacar plaatste daar zijn aanval en kreeg niemand mee. Alleen de Amerikaan Quinn Simmons probeerde kort te volgen, maar moest snel passen.
De Sloveen reed in zijn kenmerkende stijl verder: zonder omkijken, met vaste tred. Op de top van de klim, waar het stijgingspercentage ruim zeven procent bedroeg, had hij zijn achtervolgers al op anderhalve minuut gezet. Het was het moment waarop iedereen wist dat de wedstrijd beslist was.
Evenepoel en Storer maken podium compleet
Achter Pogacar bleef Remco Evenepoel het langst in de buurt. De Belg reed op twintig kilometer van de finish weg bij Michael Storer en hield dat verschil vast. Hij werd tweede, op 1 minuut en 48 seconden. Storer finishte als derde, gevolgd door Simmons.
Bron: NOS; foto: https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0/