De politie krijgt dit jaar aanzienlijk meer meldingen van seksuele misdrijven binnen dan een jaar geleden. In de eerste zes maanden registreerde zij bijna 8000 meldingen. Dat zijn er ruim 1100 meer dan in dezelfde periode van 2024. Het gaat om een toename van 17 procent.
Ook het aantal aangiftes laat een forse groei zien. Vorig jaar lag dat in de eerste helft van het jaar net onder de 1600. Dit jaar komt het aantal boven de 2000 uit. Dat is een stijging van 27 procent, blijkt uit politiecijfers.
Die groei roept vragen op. Zijn er daadwerkelijk meer misdrijven, of zetten slachtoffers sneller de stap om naar de politie te gaan?
Effect van nieuwe wetgeving merkbaar
Een van de verklaringen ligt volgens deskundigen bij de invoering van de Wet Seksuele Misdrijven, die sinds juli 2024 van kracht is.
Zedenexpert Lidewijde van Lier legt uit: ‘Vóór de invoering van de wet was de dader pas strafbaar als hij dwang gebruikte, bijvoorbeeld geweld. Sinds 1 juli 2024 is er sneller sprake van strafbaarheid, namelijk als er duidelijke signalen zijn dat iemand geen seks wil, maar de ander toch doorzet. Dwang is geen vereiste meer voor strafbaarheid.’
Na de invoering van de wet nam het aantal meldingen vrijwel direct toe. Dat patroon zet zich dit jaar duidelijk door.
Slachtoffer en dader vaak geen onbekenden
De afgelopen maanden haalden enkele ernstige incidenten waarbij willekeurige slachtoffers waren betrokken het nieuws. Toch benadrukt Van Lier dat zulke zaken eerder uitzondering dan regel zijn.
‘Bij veruit de meeste misdrijven kennen slachtoffer en dader elkaar,’ zegt ze. Soms gaat het om bekenden uit de sociale kring, soms om contacten via een datingsite of chatapp. Incidenten waarbij iemand zonder enige aanleiding door een onbekende wordt aangevallen, komen veel minder vaak voor.
Dat beeld is belangrijk, aldus de politie. Het laat zien dat achter de cijfers vooral situaties schuilgaan waarin bestaande relaties of online contacten een rol spelen.
Online zaken nemen toe
Een ander opvallend punt is de groei van zaken met een digitale component. Naar schatting heeft één op de vijf onderzoeken inmiddels een online aspect. Slachtoffers en verdachten ontmoeten elkaar via internet of sociale platforms. Soms is er zelfs sprake van misbruik op afstand, waarbij beeldmateriaal of online dwang centraal staat.
Bij dergelijke online misdrijven gaat het vaak niet om één slachtoffer, maar om meerdere tegelijk. In sommige onderzoeken zijn tientallen slachtoffers betrokken. Dat maakt de aanpak extra complex en arbeidsintensief voor de teams die deze zaken behandelen.
Melden geeft erkenning
Toch ziet Van Lier in de cijfers ook een positieve ontwikkeling. Meer mensen durven zich te melden bij de politie.
‘Melden is altijd goed. Mensen weten vaak niet of wat hen is overkomen strafbaar is. Wij weten dat wel. Zeker na de invoering van de nieuwe wet is er meer strafbaar en kunnen wij dus beter helpen. Bovendien biedt het slachtoffers erkenning: wat hen is overkomen, is écht niet oké,’ aldus Van Lier.
Zelfs wanneer er na onderzoek geen strafbaar feit kan worden vastgesteld, krijgen slachtoffers de kans om hun verhaal te doen. Vaak volgt een doorverwijzing naar hulpverleners die kunnen ondersteunen bij het verwerken van de ervaring.
Toenemende druk op zedenteams
De toename van meldingen en aangiftes legt extra druk op de zedenteams. Die werkdruk was al hoog en is de afgelopen maanden verder toegenomen.
‘Politiemensen bij de zedenteams ervaren die druk dagelijks,’ vertelt Van Lier. ‘We beoordelen elke melding en aangifte zorgvuldig, maar ontkomen er niet aan om te prioriteren en keuzes te maken.’
De capaciteit van de teams is beperkt, en dat betekent dat niet elke zaak even snel kan worden opgepakt. Toch blijft het uitgangspunt hetzelfde: de wens van het slachtoffer staat centraal. Voor de een is dat een formele aangifte, voor de ander kan herstelbemiddeling of een gesprek met hulpverlening waardevoller zijn.
Bewijs en vervolging
Niet alle zaken die bij de politie worden gemeld, leiden tot vervolging. Daarvoor is voldoende bewijs nodig, en dat is lang niet altijd aanwezig.
‘Soms lukt het niet om na een aangifte voldoende bewijs te vinden,’ legt Van Lier uit. ‘Het is dan zaak slachtoffers daar juist en snel over te informeren. En hen duidelijk te maken dat er meer opties zijn, andere instanties waar zij hun verhaal kunnen doen en die hulp kunnen bieden.’
Wanneer er wél voldoende bewijs is, komt het Openbaar Ministerie in beeld. Dat traject kan maanden duren, zeker in complexe zaken of bij meerdere slachtoffers. Een zedenonderzoek neemt al snel een half jaar in beslag. Sneller kan ook, maar dat blijft afhankelijk van de omstandigheden van de zaak.
Balans tussen bewustwording en capaciteit
De stijgende aantallen laten zien dat de maatschappelijke discussie over seksuele misdrijven effect heeft. Mensen melden zich sneller, ook dankzij de wetswijziging. Maar tegelijkertijd raakt de capaciteit van de politie onder druk.
Dat dubbele beeld maakt de ontwikkeling lastig te duiden. Enerzijds meer erkenning en bewustzijn, anderzijds langere wachttijden en meer druk op rechercheurs. Of er daadwerkelijk sprake is van een toename in het aantal gepleegde misdrijven, is daarmee nog niet vastgesteld.
Bron: Politie