De aanpak van mensenhandel laat te wensen over bij Nederlandse opsporingsdiensten. Dat blijkt uit een studie van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, Conny Rijken. De bevindingen wijzen op structurele tekortkomingen in het herkennen en opvolgen van signalen van mensenhandel.
Grote verschillen tussen instanties
Uit het onderzoek blijkt dat de politie, de Arbeidsinspectie en de Koninklijke Marechaussee regelmatig signalen ontvangen van mogelijke mensenhandel. Deze signalen kunnen uiteenlopen van seksuele uitbuiting en langdurige werkdagen tot het ontbreken van onderdak of fysieke mishandeling. Toch blijkt de opvolging per instantie sterk te variëren. In sommige gevallen schieten diensten zelfs “ernstig tekort”, aldus Rijken.
Rijken benadrukt dat mensenhandel vaak moeilijk te herkennen is, omdat daders misbruik maken van kwetsbare omstandigheden zoals schulden, minderjarigheid of psychische problematiek.
Herkenning vraagt brede inzet
Volgens de rapporteur moeten ook medewerkers die niet specifiek op het dossier mensenhandel werken, alert zijn op signalen. “Ook mensen die niet specifiek op de portfolio mensenhandel zitten, moeten signalen herkennen, oppakken en doorverwijzen”, zegt Rijken. “Denk bijvoorbeeld aan diefstal of bij het oppakken van een drugsrunner. Het kan zijn dat diegene in een netwerk zit. Ook de persoon achter de balie of de wijkagent moet daar alert op zijn en signalen doorsturen.”
Kritiek op houding en uitvoering
De studie laat zien dat de Nederlandse Arbeidsinspectie in veel gevallen een te afwachtende benadering hanteert. Meldingen worden volgens het rapport vaak zonder diepgaand onderzoek afgesloten als “geen zaak voor opsporing”. Slechts 30 procent van de slachtoffers wordt daadwerkelijk gesproken door de inspectie. Ter vergelijking: bij de politie ligt dat percentage op 69 procent en bij de Koninklijke Marechaussee op 93 procent.
Toch zijn er ook bij de marechaussee verbeterpunten nodig. Rijken signaleert onduidelijkheid in de taakopvatting: “Er heerst een verschil in opvatting over de werkwijze. Op sommige luchthavens start de marechaussee een observatie, maar bij andere luchthavens wordt er snel doorverwezen naar de politie. Want dan vinden ze het niet hun taak”.
Personeelstekorten onderstrepen belang van brede waakzaamheid
De rapporteur wijst erop dat personele krapte bij opsporingsdiensten niet als excuus mag dienen. Juist dan is het belangrijk dat signalen van mensenhandel breder binnen de organisaties worden herkend. “Dat kan de specialisten juist ontlasten en helpen”, aldus Rijken.
Bron: NOS