Eind september 2024 verbleven in Nederland 9.800 personen in detentie. Dat is een toename van 2 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2023. Opvallend is dat het aantal langdurige vrijheidsstraffen toenam, terwijl kortdurende straffen juist afnamen.
Meer voorlopige hechtenis, minder korte straffen
Bijna de helft van de gedetineerden zat in voorlopige hechtenis, een stijging van 4 procent. Tegelijkertijd daalde het aantal straffen van minder dan een jaar met 13 procent. Deze afname houdt onder meer verband met capaciteitsproblemen in gevangenissen en personeelstekorten, waardoor kortere straffen minder vaak worden uitgevoerd.
Stijging bij langdurige straffen
De groep met een straf van 1 tot 3 jaar groeide met 8 procent naar 1.500 personen. Het aantal mensen met een straf van 3 jaar of meer steeg met 5 procent tot 1.800.
Minder gedetineerden voor vermogensdelicten
Het aandeel personen dat vastzit voor vermogensmisdrijven, zoals fraude of diefstal, is gedaald naar 1.800. In 2005 lag dat aantal nog op 4.600. Tegelijkertijd nam het aantal mensen dat vastzit voor gewelds- en zedenmisdrijven, drugsdelicten en (vuur)wapenbezit toe. Ook misdrijven tegen de openbare orde zijn vaker aanleiding tot detentie.
Detentie op historisch laag niveau
In heel 2024 kwamen in totaal 27.000 mensen in detentie terecht, het laagste aantal sinds 2005. Destijds waren dat er bijna twee keer zoveel. Zes op de tien gedetineerden zijn recidivisten, een aandeel dat de afgelopen tien jaar vrijwel onveranderd is gebleven.
Vrouwen en jongeren in de minderheid
In 2024 was 6 procent van de gedetineerden vrouw, een daling ten opzichte van 8 procent in 2014. De leeftijdsverdeling bleef gelijk: 10 procent was jonger dan 23 jaar, 66 procent tussen 23 en 45, en 24 procent was ouder dan 45.
Bron: CBS